Dr.Godfried-Willem RAES
Kursus Experimentele Muziek: Boekdeel
4: Akoestiek, Organologie & Experimentele Instrumentenbouw
Hogeschool Gent : Departement Muziek & Drama
Boekdeel 4
Akoestiek
[tevens inleidend
bij Organologie en Experimentele Instrumentenbouw]
4000:
Inleiding Akoestiek
Opmerking: Van 1995 tot 1998
bestond binnen ons departement een kursus akoestiek gedoceerd door kollega Prof.Dr.Jan
Kruger, waardoor wij voor een deel van de hier behandelde leerstof de studenten
konden doorverwijzen naar zijn kursus. Sedert 1999 werden wijzelf, na het overlijden
van Jan Kruger terug met deze kursus belast. Het perspektief is evenwel anders
dan dit vanwaaruit wij ons lesmateriaal daterend van voor 1995 hadden samengesteld,
nml. dat van de komponist in spe. Nu immers wordt die kursus in eerste plaats
gevolgd door de studenten instrumentenbouw (voor hen is het een vast kurrikulum
vak) , en sedert het akademiejaar 2000-2001 ook door heel wat studenten uit
de zogenaamde richting 'producer'. Sinds de invoering van de BaMa struktuur
werd het eveneens een vast opleidingsonderdeel voor de producers in de richting
scheppende muziek. De aanpassing die dit met zich moet brengen, zal geleidelijk
aan doorgevoerd worden in de komende jaren.
0.Voorafgaandelijke uiteenzetting in verband met algemene
trillingsleer, akoestiek van muziekinstrumenten en audioperceptie. (zie
4500.html)
0.1.- Geluid
0.1.1.- Fysische karakteristieken
Geluid is trilling van luchtmolekulen m.a.w.
het is luchtdrukmodulatie. De geluidstrilling is gesuperponeerd bovenop de
normale aanwezige, en slechts traag veranderende luchtdruk (op het nivo van
de zeespiegel 100kPa of 1 Bar) , zoals die bvb. door een barometer kan worden
gemeten. Deze druk is onderhevig aan relatief trage
schommelingen van het klimaat in het bereik 95kPa (950mBar) tot 105kPa (1050mBar).
De drukvariaties eigen aan geluid hebben een bereik van 20µPa tot 20Pa.
Het geluid -de trilling- plant zich voort door elastische botsing van de trillende
molekulen onder elkaar en niet door verplaatsing van de molekulen zelf. Verplaatsing
van de molekulen zelf is stroming, beter bekend -in lucht althans- als wind.
Stroming wordt veroorzaakt door de verplaatsing van het gas, van een ruimte
waar een hogere druk heerst, naar een ermee verbonden ruimte, waar een lagere
druk heerst. Drukverschillen in lucht kunnen ontstaan door mechanische oorzaken
(bvb. een ventilator, een kompressor of... de aardrotatie zelf) maar ook door
temperatuurverschillen. Een temperatuurstijging doet immers de druk toenemen.
Fyzische grootheden of parameters in dit verband
zijn:
- intensiteit van de trillingen: momentaan,
geintegreerd over een tijdsinterval, rms waarde.
- hun verloop in de tijd: periodiciteit,
statistische verdeling, impulsen...
- hun spreiding door en plaatsing binnen
de ruimte
Lucht is een mengsel van een hele reeks gassen. De belangrijkste ingredienten
van droge lucht zijn stikstof (N), zuurstof (02) en
de onstabiele variant ervan, ozon (O3), waterstof (H2),
koolstofdioxide (CO2), Argon (Ar) en Helium (He). Lucht
bevat daarnaast nog een zekere hoeveelheid dampen (waterdamp, uitlaatgassen...)
en mikroskopische vaste stofdeeltjes van organische en anorganische oorsprong.
Gefilterde lucht is lucht waarin alle zwevende vaste stofdeeltjes zijn neergeslagen.
Droge lucht is lucht waarin geen dampen aanwezig zijn.
0.1.2.- Audioperceptorische karakteristieken
0.1.2.1.- parameters
- toonhoogte
onze toonhoogteperceptie is grotendeels logaritmisch
en verloopt ook grotendeels evenredig met de fysische frekwentie van de luchttrillingen.
Merkwaardig genoeg echter blijkt onze toonhoogte-waarneming mede afhankelijk
te zijn van de geluidssterkte! Hoge tonen klinken iets hoger wanneer ze luider
worden, en lage iets lager. Een zogenaamd absoluut gehoor bestaat niet. Wij
hebben geen fysische noch fysiologische ingebouwde stemvork. Wel hebben we
een zeer goed geheugen voor klankkleuren (wat ons o.m. toelaat stemmen snel
te herkennen) waardoor sommige musici bvb. in staat zijn hun instrument toch
betrouwbaar juist te stemmen: zij onthouden de klankkleur van hun instrument
bij de gezochte toonhoogte.
- luidheid
onze luidheidsperceptie is eveneens grotendeels
logaritmisch, maar evenzeer afhankelijk van de toonhoogte.
- klankkleur
klankkleur is geen fysische parameter van het
geluid. Vanuit de perceptie bekeken bestaat er een kontinuum tussen waarneming
van een geluid als enkelvoudig geluid en de waarneming van bvb. een akkoord
als samengesteld geluid. Bovendien is de klankkleurperceptie zeer sterk afhankelijk
van zowel luidheid als toonhoogte. In de traditionele westerse muziek wordt
klankkleur vooral toegepast als een diskontinue verzameling van elementen.
Klankkleur wordt kwalitatief gebruikt eerder dan kwantitatief. In sommige
stromingen van de hedendaagse muziek (o.m. bij de spektralisten) wordt klankkleur
of timbrale opbouw en samenstelling een deel van de syntax waarmee wordt gekomponeerd.
- tijdverloop
het tijdsverloop van geluiden wordt door het
menselijk oor op verschillende manier geduid of geinterpreteerd:
Diskontinuiteiten in luidheid en toonhoogte worden als ritmiek
ervaren vanzodra zij zich niet sneller herhalen dan ca. 16 keer per sekonde.
Kontinue en trage veranderingen in luidheid
worden geduid als dinamiek.
Snelle veranderingen in luidheid en timbre
worden geduid als timbre in ruime zin, meer bepaald , als 'omhullende' (enveloppe)
van een geluid.
Globaal genomen (en gezien over een niet al
te grote tijdspanne) wordt de tijd lineair waargenomen.
- situering en beweging in de ruimte
De ruimtelijke situeerbaarheid van een geluid
in het open veld ( dit kan men zien als een nul-akoestiek) hangt af van de
toonhoogte en de luidheid, enerzijds, maar ook van de oppervlakte en vorm
van de geluidsbron anderzijds. In het allerbeste geval is de mens in staat
een geluid tot op 6 graden nauwkeurig ruimtelijk te situeren. In een gesloten
ruimte waar de akoestiek van de ruimte door haar reflekties een belangrijke
rol speelt, is deze situeerbaarheid heel wat kleiner. (cfr. 4400)
0.1.2.2.- parametrische grenzen
- om toonhoogte te kunnen waarnemen moet het
geluid gedurende een minimale tijd worden waargenomen. Deze minimale waarnemingstijd
nodig om een toonhoogte te kunnen waarnemen is afhankelijk van die toonhoogte.
Hoe lager de toon, hoe langer we hem moeten horen om zijn hoogte te kunnen
bepalen.
- de ruimtelijke situering van een geluidsbron hangt
af van haar luidheid, maar ook van haar toonhoogte. Lage tonen zijn moeilijker
in de ruimte te situeren dan hoge.
0.1.2.3.- waarnemingsgrenzen
Opdat wij een geluid zouden kunnen waarnemen
moeten een aantal drempelwaarden worden overschreden:
de toonhoogte moet begrepen zijn tussen 20
Hz en 20000 Hz. (de maximale waarnemingsgrenzen voor het onbeschadigd menselijk
oor)
de luidheid moet groter zijn dan de (toonhoogteafhankelijke)
hoorbaarheidsdrempel en mag de pijngrens al evenmin overschrijden.
de minimum-duur moet worden overschreden.
0.2.- Geluidsbronnen : Muziekinstrumenten
0.2.1.- trillende lucht
d.w.z de lucht wordt rechtstreeks in trilling
gebracht. Daarbij zijn er twee mogelijkheden :
0.2.1.1.-
Een bewegende luchtstroom wordt naar een obstakel
geleid waardoor er wervelingen ontstaan die in een aantal gevallen een toon
opleveren. Het obstakel zelf trilt niet.
Het meest bekende voorbeeld is hier de kernspleetfluit (blokfluiten,
labiaal-pijpen in het orgel ...). Een minder klassiek voorbeeld is het handgeklap
en de vlak aangeslagen klopbuis...
0.2.1.2.-
Een bewegende luchtstroom wordt naar of doorheen
een of twee elastische obstakels geleid, die daardoor tot trillen komen en
hun trilling versterkt op de luchtstroom overdragen . Bekende voorbeelden
zijn de koperblaasinstrumenten , waarbij de elastische obstakels de lippen
zijn, de stem waarbij het de stembanden zijn, de hobo waar het een dubbelriet
is, de klarinet waar het een enkel riet is. Een minder bekend voorbeeld is
de windharp, waarbij het obstakel gevormd wordt door een reeks gelijkgestemde
snaren.
0.2.2.- trillende voorwerpen
Hierbij wordt geen stromende lucht gebruikt.
Om die reden moet het klinkende oppervlak dan ook relatief groot zijn , vooral
voor het voortbrengen van lage tonen. (Dit hangt samen met het logaritmische
karakter van onze audioperceptie).
0.2.2.1. - een-dimensionele : snaren
- vb.:alle snaarinstrumenten
0.2.2.2. - twee-dimensionele: membranen
- vb.:alle trommels en pauken
0.2.2.3. - drie-dimensionele
0.2.2.3.1.- vrij klinkende
- vb.:Claves,Xylofoon, Vibrafoon, Marimba
0.2.2.3.2.- ingeklemd aan een uiteinde
- vb.:Teponatzli (spleettrommen)
- sanza's
- Speelgoedpiano
- Zingende Zaag , Flexatone
- Waterphone
0.2.2.3.3.- ingeklemd in het midden
0.2.2.3.4.- ingeklemd aan beide uiteinden
- vb.:nagelviool (soms ook aan een kant slechts
ingeklemd)
0.2.3.- synthetische trillingen: elektronika
Hierbij is er de oorzaak van het geluid geen
trilling van een of ander fyzisch objekt ,maar wel van een de trilling van
een elektronenstroom. Uiteraard kunnen we deze elektronenstroom niet rechtstreeks
horen, en gebruiken we daarvoor luidsprekers die wel fysisch trillende objekten
zijn ( membranen eigenlijk ). Maar, door het feit dat de techniek zoveel mogelijk
poogt deze luidsprekers zo te bouwen dat het geluid dat erdoor wordt geprojekteerd
zo weinig mogelijk wordt gekleurd door hun eigen fyzische eigenschappen, blijft
het toch zinvol elektronische klankopwekking afzonderlijk te behandelen.
Wanneer we naar muziek luisteren via de radio bvb. zeggen
we toch nooit dat we naar een luidspreker (een trillend stuk karton) luisteren,
hoewel we dat objektief wel doen.
0.2.3.1 - één-dimensionele:
analoge of digitale periodieke oscillatoren met konstante
golfvorm
- vb.:synthesizers met additieve synthese
0.2.3.2. - twee-dimensionele:
analoge of digitale schakelingen met periodieke frekwentiemodulatie
- vb.: vibrato schakeling op elektronische orgels
0.2.3.3. - n-dimensionele programmeerbare digitale golfvorm-
generatoren met n-modulatieparameters.
- vb.:programmeerbare FM-synthesizers. digitale
algoritmische oscillatoren
0.2.3.4.- komplexe digitale of hybride oscillatie-systemen
met niet-periodieke karakteristieken en n-programmeerbare vrijheidsgraden.
- vb.:Multi-dimensionele oscillatoren
- cfr. 'Autosax'
: hybride n-dimensionele oscillator
- cfr. physical modelling
- granulaire synthese
Filedate: 970928 / last update
: 2007-10-15