FUTURISME

Inleiding:

1) Wetenschap, technologie en kunst

Wetenschappelijke kennis:

- wetenschappelijke kennis en technologie beinvloeden de kunstuitingen
- ook het wereld-, maatschappij- en mensbeeld, waarvan kunst een getuigenis brengt, wordt bepaald door de kennis die men bezit
- wetenschappelijke kennis omvat zowel verklaren als ingrijpen op de werkelijkheid

Wetenschappelijke kennis en wereld-, maatschappij- en mensbeeld:

- toegepaste wetenschappelijke kennis of technologie verandert mens en samenleving, maar ook de modellen die de mens hanteert van de wereld, de maatschappij en van zichzelf
- deze modellen of 'beelden' hebben hun weerslag op de kunstuitingen
- ook de toekomstbeelden en -modellen die een mens hanteert worden beinvloed door de technologie en vinden zo hun
weg naar de kunstuitingen

Wereld-, maatschappij-, mensbeeld en de kunst:

- kunst is een gebied bij uitstek waarin het menselijk scheppen centraal staat
- kunst brengt -al dan niet bewust- een getuigenis van hoe de kunstenaar en de groep waartoe hij behoort de wereld, de samenleving en zichzelf ziet

- kunst is creatie, een maken, en dus een uiting van kennis en macht van de mens over zijn omgeving. Dit uit zich in de gebruikte middelen, de media, de vorm en de inhoud - ook het toekomstmodel is terug te vinden in het kunstwerk en het kunstgebeuren

Op die manier is er een regelrechte samenhang tussen wetenschap en kunst en niet alleen door de wetenschappelijke verwezenlijkingen via technologie en techniek, maar ook via het actuele en toekomstige mens-, samenlevings- en wereldbeeld.

2) De ontwikkeling van de technologie in de 19de en begin 20ste eeuw

- de 18de eeuwse uitvinding van de stoommachine verandert het leven in de 19de e

- de constructie van de eerste elektrische stroombron in 1800 door Volta, zal leiden tot de zgn. tweede industriele revolutie: de toepassing van de elektriciteit geeft aanleiding tot een hele reeks uitvindingen waardoor SNELHEID centraal komt te staan en TIJD EN RUIMTE overwonnen werden.

Uitvinding van de ontploffingsmotor (Lenoir 1860) en van elektrische en dieselmotor (1897 Diesel) hebben verstrekkende gevolgen. De mogelijkheden leken onbeperkt en onbegrensd.

De nieuwe verwezenlijkingen van de technologie roepen eind 19de eeuw, begin 20ste eeuw twee tegengestelde levenshoudingen, o.a. ook bij de kunstenaarsgroepen, op.

Zelfs reeds bij de Jugendstil / Stijl 1900 / Art Nouveau tekenen zich twee tendensen af:

Begin 20ste eeuw, voor WO1 zijn de gevoelens duidelijk verdeeld:

- pessimisme, angst, vertwijfeling bij Duitse expressionisten, die thema's als bv. vereenzaming van de mens, existentiele angst, enz. tot onderwerp nemen
- optimisme en geloof in de toekomst bij kubisten en zeer extreem bij de Italiaanse futuristen.

 

Voorbeelden van TECHNOLOGISCHE VERNIEUWINGEN 19de en begin 20ste eeuw

1764: stoommachine James Watt

1800: Volta-zuil: de eerste elektrische stroombron
1807: stoomboot van Fulton, voortbewogen met schepraderen
1810: 50.000 stoommachines in Engeland
1814: stoomlocomotief Stephenson (maximumsnelheid 22 km per uur)
1835: eerste treinlijn op het vasteland aangelegd tussen Brussel en Mechelen
1846: elektrische telegraaf uitgevonden door Gauss
1860: ontploffingsmotor
1871: dynamo Zenobe Gramme
1877: koolboogstraatverlichting in Parijs
1879: gloeilamp Edison
1883: telefoon Bell
1893: elektrische trams in Belgie
1894: het principe van de draadloze telegraaf van Marconi
1899: eerste draadloze berichten worden overgeseind
eind 19de eeuw: bakeliet uitgevonden door Bakeland
voor 1900: automobiel Daimler & Benz
1920: radio
1903: vliegtuig, gebroeders Wright
1927: Lindberg vliegt over de Atlantische Oceaan

Fotografie en film:

1822: Niepce: basisprincipes hedendaagse fotografie
1895: gebroeders Lumiere: 1ste bewegende filmbeelden
1907: kleurenfoto
1930: geluid op film

3) Het Futurisme en de bewondering voor de technologische vooruitgang:

Dynamisme en snelheid worden twee centrale begrippen voor de futuristen. Ze roepen ze uit tot de belangrijkste waarden in de kunst. Kunstenaars krijgen een nieuwe taak: VERNIEUWEN is vanaf nu de boodschap. Een nieuw kunstconcept wordt geboren: de AVANT-GARDE of voorhoede, die zich tot taak stelt steeds opnieuw alle vastgeroeste principes aan te vallen en in vraag te stellen.

De TOEKOMST wordt verheerlijkt en de futuristische kunstenaars roepen op de brug met het verleden op te blazen. Men moet komaf maken met oude waarden en normen. Marinetti, die in 1909 het eerste Futuristisch Manifest schrijft, dat gepubliceerd wordt op de frontpagina van het Franse dagblad 'Le Figaro', is de geestelijke vader van het futurisme.

In 1910 publiceren vijf beeldende kunstenaars het manifest van de futuristische schilders.

FUTURISTISCH MANIFEST door FILIPPO TOMMASO MARINETTI: 1909

1. Wij willen de liefde voor het gevaar verheerlijken, de houding van wilskracht en stoutmoedigheid.

2. De voornaamste elementen van onze poezie zijn moed, durf en revolte.

3. De literatuur heeft tot hiertoe alleen een stilstand van het denken, de extase en de loomheid geeerd, wij willen de lof zingen van de agressieve beweging, de koortsachtige slapeloosheid, de vastberaden stap, de gevaarlijke sprong, de oorvijg en de vuistslag.

4. Wij verklaren dat de pracht van de wereld zich heeft verrijkt met een nieuwe schoonheid: de schoonheid van de snelheid. Een racewagen (…) is mooier dan de 'Nike van Samothrace'.

(...)

7. Buiten de strijd is er geen schoonheid. Geen meesterwerk zonder agressief karakter. De poezie moet een heftige aanval zijn tegen de onbekende krachten, opdat ze zouden buigen voor de mens.

8.Wij zijn op de meest extreme hoogtepunten van alle eeuwen! Wat baat het achterom te kijken (…) Tijd en ruimte zijn gisteren reeds gestorven. Wij leven reeds in het absolute, omdat we de eeuwige, overal aanwezige snelheid wisten te scheppen.

9. Wij willen de oorlog -de enige hygiene van de wereld- verheerlijken, het militarisme, het patriottisme, het vernietigend gebaar der anarchisten, de mooie ideeen die doden, en het misprijzen van de vrouw.

10.Wij willen musea en bibliotheken met de grond gelijkmaken, het moralisme, het feminisme en alle opportunistische en utilitaire lafheden bestrijden.

11.Wij zullen de menigten loven die door de arbeid, door het plezier of door de revolte in beweging zijn; de veelkleurige en polyfone branding van de revoluties in de moderne steden; de nachtelijke fabrieken onder het felle licht van electrische manen; de rokende gulzige stations die slangen opslokten; de fabrieken die aan de wolken opgehangen zijn door de draden van hun rook (…) en de glijdende vlucht van vliegtuigen met schroeven van wapperende vlaggen en het applaudisseren van een enthousiaste menigte.

------------------------------

MANIFEST VAN DE FUTURISTISCHE SCHILDERS (1910): BOCCIONI, CARRA, RUSSOLO, BALLA, SEVERINI.

(…)

Wat wij op het doek willen weergeven is niet een vastgelegd moment van het universeel dynamisme, maar de dynamische ervaring zelf.

Alles is in beweging, alles verandert vlug. Een profiel is nooit onbeweeglijk voor ons te zien, maar verschijnt en verdwijnt zonder ophouden. (…)

Daarom is het dat een rennend paard geen 4 maar 20 poten heeft, en hun bewegingen driehoekig zijn.

Wij verklaren:

  1. dat men alle vormen van imitatie moet minachten en alle vormen van originaliteit moet huldigen
  2. dat men zich moet revolteren tegen de tirannie van de woorden "harmonie" en "goede smaak" (…)
  3. dat kunstkritieken nutteloos en schadelijk zijn
  4. dat men alle reeds gebruikte onderwerpen moet buitenborstelen, opdat men ons ontstuimig leven van staal, hoogmoed, trots en snelheid zou kunnen uitdrukken
  5. dat men het scheldwoord "dwaas" als een eretitel moet zien (…)
  6. (...)
  7. dat men het universeel dynamisme in de schilderkunst moet weergeven als dynamische eraring
  8. (...)
  9. dat licht en beweging de stoffelijkheid van de lichamen vernietigt.

---------------------------

4) Futurisme als live-art:

a. Het zoeken naar nieuwe media voor de beeldende kunst:

Het futurisme is meer dan de zoveelste stijlvernieuwing in de kunst: het is een nieuwe wereld- en toekomstvisie, een nieuwe levenshouding en voor het eerst wordt in de kunst naar volkomen NIEUWE MIDDELEN gezocht.

Het futurisme is in wezen revolutionair, niet omdat het oproept tot een definitieve breuk met het verleden, maar omdat het als eerste de middelen verschaft tot die breuk. De methode zelf van het futurisme is baanbrekend,

Met het futurisme verschijnt de kunstenaar zelf ten tonele. Kunst wordt LIVE-ART: levende kunst, of zoals Fluxus het later zal verwoorden:

"KUNST IS LEVEN EN LEVEN IS KUNST"

Marinetti was zich bewust van de draagwijdte van deze vernieuwingen en schreef:

"Dank zij ons zal er een tijd komen dat leven geen kwestie meer zal zijn van arbeid en brood, maar een kunstwerk."

b. De strategie van het futurisme:

1. Om de rechtstreekse confrontatie met het publiek te kunnen realiseren, introduceerde Marinetti een nieuw kunstmedium: de PERFORMANCE:

Deze live optredens werden de 'serata futurista' genoemd (futuristische avonden). De dadaisten namen dit idee later over.

Het ging hier om totaalspektakels, waarin diverse media met elkaar versmolten. Ook schilders gingen op die manier een rechtstreekse confrontatie aan met het publiek. Provocatie was schering en inslag, omdat men de toeschouwers wilde wakker schudden.

Het futurisme is aldus geen stijlvernieuwing, maar een mediumvernieuwing.

2. De futuristische declamatie, waarbij de kracht van de inhoud wordt onderstreept door arm- en beengezwaai, heftige bewegingen en geluiden, uitroepen en onomatopeeën, zal aanleiding geven tot het ontstaan van KLANKPOEZIE.

3. Provocerende toespraken en conferenties worden in zoveel mogelijk Europese steden op touw gezet en zo krijgt het futurisme internationale invloed (ook in Belgie)

4. Talloze manifesten, vaak in venijnige stijl zorgen voor verwoede polemieken en dragen ertoe bij dat het futurisme in het centrum van de belangstelling staat,

5. Tijdschriften en allerhande uitgaven zorgen voor contact met Europese en internationale avant-garde groepen. Ook de vrije typografie vindt hier zijn oorsprong.

5) Verwezenlijkingen van het futurisme:

a. Schilders op zoek naar nieuwe media:

In 1912, twee jaar na het schildersmanifest, wordt de eerste schilderijententoonstelling geopend, maar futuristen experimenteren met allerhande nieuwe media en zijn aktievoerders tijdens de 'serata futurista'. Overal gaan stemmen op dat schilder- en beeldhouwkunst niet langer in staat zijn de avant-garde ideeën te realiseren. Ook de vijf schilders die het eerste schildersmanifest ondertekenden, drukken het verlangen uit naar nieuwe expressiemedia en geven deze als eerste gestalte.

Giacomo BALLA past omwille van de uitdrukking van dynamisme in de schilderkunst de techniek van het cinematisme of van de cinematografie toe: het bewegende object wordt een aantal keer in verschillende posities herhaald op het doek.

Samen met Fortunato DEPERO legt hij zich meer en meer toe op live-art, performances, totaalspektakels enz. In 1914 creëert hij zo bv. zijn "Macchina Tipografica" (drukpers), een totaalspektakel met dans en geluiden. Hij werkte ook samen met Igor Strawinsky voor de realisatie van "Feu d' artifice" (Vuurwerk), een ballet met licht en vormen.

Carlo CARRA lanceert het idee TOTAALKUNST met visuele, auditieve en smaakindrukken. In 1913 schrijft hij in zijn manifest over schilderkunst van klanken, geluiden en geuren:

"Om een totale schilderkunst te bereiken is een actieve samenwerking nodig van alle zintuigen: schilderkunst is het plastisch bewustzijn van het universum."

Carra legt zich ook toe op de (soms abstracte) collage, maar na 1916 keert hij zich af van het futurisme en door zijn contacten met Giorgio De Chirico wordt hij de theoreticus van de 'Pittura Metafysica" (de metafysische schilderkunst).

Gino SEVERINI roept op het dynamisme in zuivere vormen voor te stellen en hiervoor niet langer de figuratie te gebruiken, bv. "Danseuse + mer" van 1913. Een jaar later voegt hij eraan toe: "De neo-futuristische plastische creaties zullen leven en zich vervolledigen in een architecturaal geheel, waardoor ze deelachtig zullen worden aan de actieve samenwerking met de buitenwereld, waarvan ze de fundamentele basis uitdrukken."

Umberto BOCCIONI legt zich naast schilderkunst ook toe op beeldhouwkunst. Als een der eersten test hij de mogelijkheden van materiaalcombinatie uit en wordt zo de grondlegger van de assemblage.

In 1914 schrijft hij: "De artistieke expressiemiddelen, ons overgeleverd door de cultuur, zijn opgebruikt, versleten en zijn niet in de mogelijkheid uit te drukken wat wij aan emoties opdoen in een door wetenschap totaal veranderde wereld, bijgevolg is het futurisme een destructieproces van oude expressiemedia, parallel aan een zoek- en vindproces van nieuwe."

Luigi RUSSOLO zoekt in zijn schilderkunst de mogelijkheden van synaesthesie toe te passen: hij probeert de ervaring van het ene zintuig over te brengen op het andere, bv. door parfum of muziek te proberen schilderen. In 1913 geeft hij de schilderkunst evenwel op en legt zich toe op het bruitisme. Hij schrijft o.a.: "Zovele jaren hebben Beethoven en Wagner onze harten geraakt. Nu zijn we verzadigd en vinden meer vreugde in de combinatie van geluiden van trams, motoren en menigten, dan in het repeteren van de 'Eroica" of de "Pastorale".

Russolo ontwerpt een reeks geluidenmachines: INTONARUMORI en vindt een nieuw muziekschrift voor dit instrumentarium uit. Hij werkt samen met componist/dirigent PRATELLA en verzorgt concerten met deze Intonarumori.

FUTURISME: voorbeelden van hun werken:

b. futuristische performance en totaaltheater:

De futuristen dragen het variététheater hoog in het vaandel en in 1913 schrijft Marinetti er een manifest over:

" Wij verheerlijken het variététheater omdat:

1. het gelukkig geen traditie heeft, geen meesters, geen dogma's (…)

3. er onophoudelijk nieuwe verbluffingselementen worden uitgevonden (…)

4. alleen het variététheater vandaag de dag de cinematografie gebruikt (…)

5. het de ironische aftakeling bevat van alle clichés van het Schone, het Grote, het Eerbiedwaardige, het Religieuze (…), het Verleidelijke (…)

8. het variététheater het enige theater is dat de participatie van het publiek gebruikt

11. het clowns, musicerende jongleurs enz. gebruikt

12. het op snelle, treffende wijze de meest gecompliceerde sentimentele en politieke problemen verheldert (…)

Het futurisme wil het variététheater omvormen tot het theater van de verbluffing."

Allan Kaprow, de Amerikaanse happening-kunstenaar neemt na wereldoorlog 2 dit manifest van het variététheater van de futuristen over, zonder evenwel naar hen te verwijzen. Zo gaat Kaprow de geschiedenis in als de 'vader van de happening', terwijl de grondslagen voor dit medium reeds bijna 50 jaar eerder in Europa zijn gelegd.

VALENTINE DE SAINT POINT is een van de centrale figuren in de futuristische dans- en performance-wereld. In 1913 voert zij te Parijs een werk op waarbij liefdes-, oorlogs- en 'atmosfeer'-gedichten worden voorgedragen voor een projectiescherm waarop allerhande lichteffecten worden gerealiseerd. Mathematische formules worden op de muren geprojecteerd en ze danst op muziek van Erik Satie en Claude Debussy. Ze is ook de enige futurist die in New-York optreedt (1917).

Een nieuwe theatervorm gelanceerd door de futuristen is het synthesetheater: de opgevoerde stukken moeten zo kort en krachtig mogelijk zijn, bv: "een man komt de scene op: hij is druk doende, ijsbeert over en weer. Doet zijn jas af en bemerkt dan pas het publiek: " Ik heb jullie absoluut niets te vertellen… laat het doek neer!" "

In 1921 wordt het Theater van de Verrassing gesticht, dat verschillende kunstmedia combineert. Film wordt meer en meer gebruikt en de ideeen van het synthesetheater dringen ook hier door.

Een manifest voor luchttheater wordt uitgegeven: het geluid van vliegtuigmotoren moest controleerbaar zijn en zou dienst doen als muziek, terwijl de vliegtuigen voor de opvoeringen zorgden. Een dergelijk theater zou het syntheseprincipe maximaal realiseren: in de kortst mogelijke tijd zou het grootst mogelijk publiek worden bereikt.

In een manifest van 1929, medeondertekend door Balla wordt gepleit voor luchtschilderkunst en verwezen naar aerosculptuur met gekleurde rook en lichteffecten.

Ook de pas uitgevonden radio wordt ingeschakeld: in 1933 wordt een manifest voor radiofonisch theater gepubliceerd. Marinetti schreef zelf ook vijf radiosyntheses met oa.vuur- en watergeluiden.

Nog van 1933 dateert het theater van de simultaneiteit of het theater van de gelijktijdigheid: vele verschillende scenes met verschillende gebeurtenissen die tegelijk plaatsvinden en tevens ook een totaalgebeuren waarin alle mogelijke media versmelten tot een geheel…

"Het verleden bestaat niet, de millenniumlange verveling is overwonnen. Leve het Totaaltheater."

* * *