Dr.Godfried-Willem RAES

Kursus Experimentele Muziek: Boekdeel 9: Literatuur, polemiek en aktualiteit

Hogeschool Gent : Departement Muziek & Drama


<Terug naar inhoudstafel kursus>    

9801

 

Een brief van Boudewijn Buckinx aan Godfried-Willem Raes:

 

14.1.94

 

beste Godfried,

 

bedankt voor je brief, en voor je twee partituren. ik zal ze eens rustig bekijken, en ik zal eraan denken als de gelegenheid zich zou voordoen.

op je aangekondigde tekstje zal ik nu al reageren : nog afgezien van het feit dat de partituren die bij je brief zitten willens nillens ook veel pomo ademen, lijkt het mij te zullen uitdraaien op sloganeske en polemiserende taal. Je kunt pomo, een onvatbaar ruime cultuurbeweging, net zomin beschrijven als "de wereld van vandaag". Volgens mij zijn er twee belangrijke stromingen in pomo, nl. de confirmerende en de dissidente. Door het feit dat het de enige leefbare kunst is omdat zij (zoals destijds het modernisme) de enige is die de volle realiteit probeert te zien, zul je met polemieken slechts bereiken wat er al grotendeels mee bereikt is door de gemeenschappelijke aanvallen van traditionele avant-gardisten en traditionalisten : dood krijg je het niet omdat het in en van de hele wereld is, maar de overlevende zal de confirmerende zijn en niet de dissidente. Individueel zullen ze wel overleven : Frederic D'Haene terug naar de schapestal van de avant-garde, Wim Henderickx terug naar de schapestal van de traditionalisten, Johan De Smet terug naar de lichte muziek, terug naar compromissen. Dat kan toch niet zijn wat je bedoelt ? Je kunt misschien vinden dat het duidelijker is, en dat de "echten" dan terug herkenbaar in de avant-garde zullen zitten. Als je daaronder stijl--- verstaat, dan heb je gelijk. Maar je zult toch toegeven dat, wanneer Frederic D'Haene anno 1994 met het pianodeksel slaat en op het pianomeubel laat trommelen, dat dat hl anders is dan wanneer Cage dat deed in de jaren veertig. Vijftig jaar is veel. Je hoeft maar naar de mensen te kijken die dat in 1944 leuk vinden, en ze naast de mensen te zetten die het in 1994 leuk vinden. Je zult antwoorden dat een futuristische ouverture van Johan De Smet nog verder teruggaat. Maar daar zit het hem nu juist : hij weet dat, de normale (?) luisteraar weet dat. De kunst vandaag speelt zich niet op het materile vlak af (stijlidiomen, geluiden, structuren) maar op het esthetische. Het spelen met vertrouwdheid en vreemdheid, het maken tegenover het gegevene of voorhandene, het symbool en zijn betekenis ; begrippen als inhoud, conventie ("kostuum"), communicatiestoornissen, alle vormen van cynisme, dakloosheid, geen-grond-onder de voeten en geen been om op te staan, en : wr is de grens waar je niet meer relativeert en zo, d.w.z. het concept zelf van zovele al te vanzelfsprekend gebruikte woorden zoals vrijheid. Het gaat nog veel verder : alle grote problemen van vandaag (mijzelf interesseert bv. de tijdstheorie, zowel kosmisch als geo-historicografie, muziekgeschiedenis, biografie, tijdservaring, meettechnieken, de gebruikte metaforen. De ENIGE modernist die scheen te begrijpen dat tijd en ruimte n zijn was Cage. Dat pleit voor Cage, maar niet voor het modernisme, en zeker niet voor figuren als Xenakis die met Hors-temps-structuren deze eenheid probeerden te negren, nl. door de eenheid te verengen tot een abstrakt theorema, een hersenconstructie.) Verder heb je allerlei sociale en ethische, belangrijke problemen. ik geef graag toe dat in dit opzicht mijn verdediging van een oud humanisme kansloos is, maar kijk, dt is het nu juist : SUKSES mag geen ethisch criterium worden, dan is er geen kunst meer zoals wij dat allebei voorstaan, als je dt eens zou willen beseffen. Dan zou je zien dat de bewuste keuze voor sukses als criterium door sommigen toch op zijn minst dit probleem ziet. De overblijfsels van het modernisme doen alsof hun neus bloedt (terwijl ze zelf in stilte de vertaling van geldsucces naar machtssucces hanteert, cynisch en onbeschaamd. cfr. Ars Musica.). Dus : als ik verder ga, sociaal gedrag (eigenzinnigheid, pragmatisme, dissidentie, stilzwijgende censuur, e.d.) zit vl echter en warmer, heter, in pomo dan het ooit in het modernisme was (revolutie of onderwerping, individu of collectiviteit, dat waren toen de problemen. Is de huidige toestand bij pomo, waar de duidelijke keuze (DWANG tot keuze) tussen verzet of aanvaarding (tussen DISSIDENTIE of CONFIRMATIE, zie begin brief) aan bod komt, niet veel dringender dan "revolutie" ????? En het is subtieler dan dat, want bv. mijn dissidentie is die van een door zen benvloed wezen, nl. in volstrekte passiviteit.

Het modernisme gaat van een kunstdefinitie uit, die alleen nog opgaat in het beschermde wereldje. Dit is niet erg, als men het weet. Dat kan best goed zijn ook, maar niet als men dit onbewust doet. Het fundamentele culturele probleem is nl. aan de orde, of wij monolithische (conformistische) globaliteit willen, gestructureerde specialisatie, versnippering tot de kleinste eenheid, of wat ook. Vraag mij niet wat ik wil, ik ben met mijn 'onderzoek' bezig, in mijn muziek. En dt neem ik de modernistische attitude wel een beetje kwalijk : zj zou nadenken en een overtuigd antwoord geven. Los van de ervaring, los van de werkelijkheid. ik wil, als eerste (ik hoop dat je dat al lang ervaren hebt) toegeven dat jouw soort, dank zij het experimentele in de attitude, niet in het ergste vervalt. Maar toch, als je bv. het pragmatisme van veel pomo aanvalt, val dan maar meteen het pragmatisme van Berio aan, dat in zijn context pas echt erg is. Of als je het dogmatisme van Prt aanvalt, stel dan maar de vraag of het dogmatisme van Ferneyhough of Serge Verstockt beter is. (Nogmaals, Prt heeft dan tenminste de verdienste om in de muziekwereld het probleem van het heroplevend religieus dogmatisme aan de orde te stellen, om het even of je daar nu ja of nee op antwoordt).

En dan heb je toch ook het feitelijke argument : wie zijn de onderdrukte componisten ? (hier en overal) Het zijn niet die zogenaamde avant-garde componisten. Geen enkel jong componist die in dat kraam past, of hij is binnen de kortste keren reizende van festival naar festival. De miniemste aanwijzing van enig kunnen volstaat en ze worden overal in dat wereldje gespeeld. Het zijn ook niet de traditionalisten : Diane Von Volborth zal vol trots zeggen dat het goed gaat met haar lijst componisten. De onderdukten, dat zijn de pomo's. Deuren en ramen gaan dicht waar ze in de buurt komen, net als voor Varse of Webern destijds. En dan denk ik: waarom neemt G.W.R. zijn boog in de hand om op uitgerekend dzen te schieten? Enfin, het levert u een medaille op, zeker, is het niet van Cebedem dan van Ars Musica. Maar heus, uw pijl zal Chris Newman raken en niet Gorecki.

Goed, nu ben ik klaar om uw artikel te lezen. Laat het maar komen.

En, jawel hoor, nog eens beste wensen voor jullie beiden en voor allemaal in Logos,

---

 

P.S. ik laat namen vallen. Beschouw dit als strikt vertrouwelijk, ik wil ze niet beledigen of benadelen, het zijn spontane opwellingen.

 

 

De antwoord-brief van mij aan Boudewijn Buckinx:

 

in te lezen file!!! file gecrasht in mei '95... afdruk ervan in print-out van kursus (9801) in map. opnieuw in te tikken!!!

De antwoordbrief van mij aan Boudewijn Buckinx:

 

Beste Boudewijn,

 

ik heb jou brief van januari l.l. let grote aandacht en belangstelling gelezen en dank je ervoor.

 

1. Je bewering alsof pomo langs alle kanten wordt aangevallen, lijkt me niet juist. Ook ik zie weliswaar de arrierre-garde van Ars Musica en haar ingebakken vooroordelen, maar die zijn m.i. beslist niet specifiek tegen pomo gericht, maar evenzeer -en naar mijn aanvoelen nog vl sterker- gericht tegen wat ik het werkelijk zoekende in het algemeen zou noemen. Overigens is het simpele feit dat bvb. van mij nog nooit ook maar n stuk in Ars Musica, Apen '93, Festival van Vlaanderen, ISCM, de Vooruit, de Gele Zaal, de Beursschouwburg, De Singel,... aan de orde kwam daarvan -naar mijn beperkt aanvoelen- het evidente bewijs.

Heel recent nog: lees maar eens aandachtig de toon van het artikel dat Yves Knockaert (toch wel een fervent pomo-fanaat) over mij pleegde in het tijdschrift K&C. Als dat geen marginalisering is. Meer nog, hij probeert mijn hele werk zelfds buiten de muziek en in elk geval voor de muziek irrelevant te verklaren.

Er zijn onnoemelijk veel meer organisaties en initiatieven die datgene wat -terecht en naar ik meen in jou ogen voor een goed deel ook wel ten onrechte- voor pomo doorgaat steunen, dan dat er organisaties zijn (zoals bvb.logos) die zich inzetten voor 'hedendaagse' muziek wars van stilistische en ideologische oogkleppen. Vergeet toch niet dat wij pomo net zo goed programmeren als de meest dissidente vormen van abstrakt formalisme, en eigenlijk alleen in een grote boog omheen allerlei vormen van akademisme proberen te lopen; iets waarbij ook wij ons natuurlijk ook nogal eens vergissen.

 

Ik wil er natuurlijk geen twistpunt van maken wie van ons beide nu de chte maatschappelijke underdog is, want dat is uiteraard voor een goed deel een kwestie van aanvoelen. Jij wordt hier bij ons echter wekelijks wel ergens gespeeld (o.a. ook heel vaak bij Logos) en als gevolg daarvan inderdaad door sommigen ook wel kronisch aangevallen en vaak ook ten onrechte geminimaliseerd, maar je mag daarbij niet uit het oog verliezen dat dat eigenlijk een (gegund en verdiend) sukses beteken!

 

Dat ik met mijn aanvallen tegen pomo alleen de aanvallen van traditionalisten (traditionele avant-gardisten bestaan in mijn ogen niet, het lijkt me een contradictio in terminis) zou steunen lijkt me ook onterecht. Als iemand in dit apeland ooit komponisten zoals Laporte, Goethals, Raoul Desmet... als d werkelijke konservatieven heeft betiteld en ook aangevallen zal ik het toch wel zijn geweest. Zoals ik -in Europese kontekst- ook steeds Boulez, Xenakis, de zgn. Darmstdter school... aanviel. Men heeft het me heus nooit in dank afgenomen, niet in het minst omdat ik de onhebbelijke neiging heb nogal eens namen te noemen, wat vaak een agressieve indruk blijkt te maken. Toch, wees gerust, ik deed het heus niet om de verdediging op te nemen van fossielen zoals Rafael d'Haene, Vic Legley, Willy Carron, Willem Kersters, Fritz Celis, Frederic Devreese... die ik al veel eerder de grond had ingeboord.

Ik heb altijd gepoogd eerlijk de verdediging op te nemen van wat ik avant- garde (ik ben nochtans helemaal geen fan van de term) noem, en dat is nu eenmaal m.i. geen stilistisch omschrijfbare kategorie.

Wil jij nu vandaag datgene wat ik NU avant-garde zou noemen (en dat is inderdaad niet datgene wat twintig jaar geleden avant-garde was) postmodernisme noemen, dan kan je dat natuurlijk best doen. Op die wijze mag je mij dan uiteraard ook postmodernist noemen, maar hanteer je dan niet een wat al te omvattend begrip? Brouw je dan niet een hutsepot waar je zowat alles in kwijt kan? Wanneer jij pomo een 'onvatbaar ruime kultuurbeweging' noemt, 'net zo onbeschrijfbaar als de wereld van vandaag', wat baat je dan dergelijk begrip?

Laat me even voor mezelf proberen -vooral om de onbruikbaarheid van het begrip aan te tonen- 'labeltjes' te kleven, klaseervakjes te vullen.

Ik voel me hoogst ongemakkelijk wanneer ik ingedeeld wordt in eenzelfde neo-expressionistische pomo-club als Patrick Declerq, Serge Verstockt, Piet Swerts, Roland Corijn, Piet Slangen, Lucien Posman, Luc Van Hove, Geert Logghe, Wim Henderickx...

maar, ook in het hiphopleuke pomo-groepje met Dominique Lawalree, Wim Mertens, Walter Hus, Peter Vermeersch, Frank Nuyts, Johan Desmet vergal ik alle pret...

In de groep komponisten aan wie het pomo-begrip (al evenzeer overigens als enig 'avant-garde' begrip) geheel lijkt te zijn ontgaan, in gezelschap van Joris De Laet, Luc Brewaeys, Annette van de Gorne, Peter Beyls, Patrick Lenfant,... meen ik heel beslist nog veel minder thuis te horen...

Nu zou ikzelf niet n van de hier genoemden 'avant-gardisten' of zelfs maar 'experimentelen' durven noemen. Niet dat ik zo pretentieus ben te menen dat ik met mijn dmarches echt helemaal alleen zou staan: sommig werk van bvb. Pierre Berthet, Erwin Eysackers, Frederic Rzewski, vindt ik n steengoed n deel uitmaken van een muzikale avant-garde n. Wel vind ik in het buitenland -zowel bij de jongste als bij de wat oudere generaties- iets makkelijker aansluiting: Michael Vorfeld, Takehisa Kosugi, Alvin Lucier, Dick Raaymakers, Jerry Hunt, Phill Niblock, Michel Waisvisz, Jim Tenney, Gordon Monahan, Peter Garland, Larry Wendt, Frank Denyer, Gavin Bryars, Christian Wolff, John Zorn, Myles Boisen,... (merk op dat deze mensen stilistisch zo goed als niets gemeenschappelijk hebben).

Avant-Garde is in mijn ogen een volstrekt non-stilistisch begrip: het is een levenshouding, eerder zoiets als een ideologie, ... een geloof wellicht, in de mogelijkheid dat problemen kunnen en moeten gesteld worden, een ongeloof in de waarheid van enig denkbaar antwoord, van enige denkbare oplossing. Revolutie was een sleutelwoord van de anderhalve voorbije eeuw. Ik geloof er al heel lang niet meer in. Ik geloof niet in de Grote Wereldvebeteraar, noch in de mogelijkheid van en de zin om een wereldverbeterplan op te stellen.

Wat nu Boudewijn Buckinx betreft, -het zou toch niet eerlijk van me zijn, nu ik me dan toch weer heb laten verleiden tot een eruptie van namen,- jou in het volkomen ongewisse te laten met betrekking tot een positiebepaling mijnerzijds- die hoort -o paradox- eigenlijk thuis in het laatstgenoemde lijstje. Zijn probleem is echter dat hij zowat overal en door iedereen als de Grote Integrator, de Grote Verzoener wordt gelezen en gehoord. Als boegbeeld van pomo is hij kapitein van een schip waarvan de bemanning niet begrijpt waarheen hij varen gaat. (The Hunting of the snark) Maar, de vertrouwdheid met zijn stuurmanschap, lokt alsmaar meer passagiers onder zijn vlag. Ooit vrees ik, zullen het er zoveel zijn, dat het hele schip met man en muis vergaat.

 

Bovenstaande bemerkingen schreef ik eigenlijk reeds neer onmiddellijk na ontvangst van je brief. Ze zijn -o.a. door ons gesprek in Gent tijdens d Week- inmiddels reeds wat achterhaald.

Uit het kaartyje bij de cassette met m'n koraal -waarvoor overigens mijn grootste dank- maak ik op dat je m'n uitzending met Jean-Pierre Rondas vorige zaterdag hebt gehoord. Ik vond het zelf wel een goede uitzending, zij het dat er te weinig aspekten aan bod kwamen, laat staan, uitgediept werden. Maar ja, 'what's in an hour'... Jean-Pierre's montage was echter voortreffelijk.

Overigens betreur ik wel vele van de recente programmawijzigingen bij Radio3: Waarom werd de klaarblijkelijk ongenaakbare positie van de opera- en kweeluitzendingen (sorry voor Simone, maar ook voor Koorleven draai ik meestal radikaal de knop om...) niet aangetast, de stupiede bloes en jas uitzending niet naar Radio1 verbannen, om dan nog maar te zwijgen van 'retro' en al het Vlaemsch Eigen Schoon van Wilfried Westerlinck dat hooguit een uitzending op een of andere door het vlaams blok gepatroneerde vrije radio waardig is! (Kan je niet eens met een zware bulk-eraser langs de betreffende banden in het radio-archief lopen?) Vooral betreur ik het wegvallen van zendtijd voor nieuwe muziek (Ik denk dat Knockaert's gebazel helaas veel meer kwaad heeft aangericht en dat de radiopraatjes die jij vroeger zelf verzorgde stukken interessanter waren), maar ook het knippen in de woorduitzendingen die ik steeds met belangstelling volg vind ik een verschraling.

Ook de verdwijning van Herman Vuylsteke -maar dat heeft niks te maken met de recente wijzigingen- heeft een gat achtergelaten bij Radio3. Wat (en wie) ervoor in de plaats kwamen heeft gewoonweg geen enkel nivo. Het is gewoon onkunde en platte vulgarisatie van verdacht allooi. Ook over de clan die 'kunstberg' verzorgt ben ik helemaal niet te spreken, en dit heus niet alleen omdat mijn aktiviteiten er systematisch in worden genegeerd. Om dan maar te zwijgen van 'Muziekmakers'...

Last but not least betreur ik sterk de samenwerking tussen Radio3 en de Aars van de Muziek...

Wanneer gaat Andr Laporte op pensioen? Of, wordt het dan alleen maar erger bij zijn opvolding door Westerlinck?

Wat betreft de opname van m'n koraal: het klinkt aanvaardbaar voor een okkazioneel dokumentair programma. Je kan het dus wat mij betreft best uitzenden. De ontstemming van het orgel kompenseert in zekere zin het gebrek aan kleurige registraties van het instrument zelf, hoewel het natuurlijk wel de onlogische logika van mijn perverse harmonie zelf een beetje ondermijnt. Ik blijf het trouwens een bijzonder puike prestatie vinden van Huub om dit stuk toch uit een dergelijk beperkt instrument min of meer tevoorschijn te hebben getoverd.

Tenslotte, wat betreft je laatste vraag, kan ik je mededelen dat het er mij inzake samenwerkingskoncerten met Radio3, helemaal niet in eerste plaats te doen is om de extra inkomsten die het met zich brengt. Je mag dus volkomen vrij eender welk bedrag voorstellen, ook symbolisch! Het is voor mij, en voor de Stichting, vooral van belang, dat er zoveel mogelijk ook iets 'van bij ons' op antenne komt. Anders worden we in dit landje kompleet doodgezwegen...

Godfried

 

P.S.: Mag ik je -op mijn beurt- vragen deze brief in het bijzonder als erg vertrouwelijk te beschouwen? Passages zonder naamsvermeldingen en stellingen mag je echter wel steeds citeren.

 


Filedate: 940928

Terug naar inhoudstafel kursus: <Index Kursus> Naar homepage dr.Godfried-Willem RAES