Barbara BUCHOWIEC
BEKNOPTE BESPREKING VAN ENKELE WERKEN MOONFLOWER (november 2001) Dit vrij ritmische en virtuoze werk voor <vibi>automaat is gebouwd op enerzijds de tritonus en anderzijds op een sekonde-dissonant. Imitatieve elementen en virtuoze loopjes in harmonie met de genoemde intervallen maken van deze kompositie een experimenteel klankveld dat doet denken aan de buitenaardse onwezenlijke sfeer waar de titel naar verwijst. PANTA RHEI (2002) Kompositie voor een nogal "eigenzinnige" bezetting : fluit,altviool,trombone,tuba en kontrabas waarin soms de extremen van het instrument en de uitvoeringspraktijk wordt afgetast. Gebouwd op de hexatoon es-f-g-a-h-cis waarvan de g en a in de aanhef van het werk worden uitgesteld, wat wijst op een seriële benadering. Technieken zoals het gelijktijdig aanblazen van het instrument met gebruik van de stem, tekstelementen samen met de imitatieve muzieklijnen uit te voeren, dubbeltechnieken bij blaasinstrumenten, "windelementen", vrije klankveld-passages afgewisseld met rigoureuze ritmische motieven... Dit alles maken van dit werk een fascinerend experiment waarin het konstructieve element steeds aanwezig is. EFFOCARUM (2002) Dit werk is gebouwd op een kleine secunde-interval die zich quasi door de ganse kompositie beweegt, al of niet gemuteerd, in omkeringen of reëel, verticaal of horizontaal gebruikt. Het ostinato van deze interval, slechts gedurende enkele korte periodes onderbroken, geven aan het werk zijn gevoel van beklemming, een beklemmende angst, emotie waarop de titel gebaseerd is. De korte onderbrekingen van het ostinato staan als het ware voor de mens die in zijn beklemmende angstpsychose naar adem -de noodzakelijke levenslucht- snakt. De verrassende accenten beklemtonen nog meer het beklemmende gevoel dat dit werk uitstraalt. Het einde, waar de beklemming zijn ultieme opluchting zou moeten krijgen, blijft evenwel in mineur (plagale cadens e-moll) : zoals na een nachtmerrie blijft de beklemming nog nazinderen. De angstervaring is in het geheugen definitief opgeslagen. IN HET WOUD (2003) Pianosuite van zes miniaturen: Fluisterende Eiken-Oude Beer-Vosje-Specht-Eekhoorn-Vlinder. Deze miniaturen (de meeste deeltjes hebben een duur van 1'30" tot 2') richten zich naar jeugdige piano-leerlingen (vanaf lagere graad 4) en zijn geschreven in een beschrijvende en poëtische programmamuziektaal. Toch kunnen hier ook enkele typische kompositorische trekjes, eigen aan het werk van de komponiste, worden waargenomen. Ook dit werk wordt opgebouwd vanuit een kleine cel, die ritmisch kan zijn of gebouwd op een korte interval, en wordt het veelvuldig gebruik van functionele dissonanten en vergrote kwartsprongen(tritonus) niet geschuwd. Met deze cellen als bouwstenen is dit werk een feeëriek geheel van kindervertellingen, vol van poëtische inspiratie. VLINDER (2003) Piano-vierhandig De langste miniatuur uit de pianosuite "In het Woud" (circa 3') werd herwerkt als viierhandig pianowerk. Deze versie is piano-technisch eenvoudiger uit te voeren dan de piano-solo versie, maar stelt toch wel hoge eisen op gebied van het samenspel der beide pianisten. Dit is echte kamermuziek. IN HET WOUD (2003) Suite voor kamerorkest De pianosuite werd eveneens ge-orkestreerd voor volgende bezetting : 2 fluiten-2 hobo's-2 klarinetten-2 fagotten-1 hoorn-1 percussionist (pauken,woodblock,triangel,tamboerijn,kleine trommel, glasharmonika, klokkenspel) -1° violen-2° violen- altviolen- celli- kontrabas. De diverse instrumentkleuren geven het werk een nog grotere feeërieke inhoud. METHUSELAH (2004) Werk voor fluit-basklarinet-percussie-piano en strijkkwartet. De naam "Methuselah", ontleend aan het bijbelse personage (oudste mens op aarde), wordt ook gebruikt om de levensboom, de oudste dennenboom ter wereld te benoemen. De boom staat symbool voor het cyclisch leven dat ontstaat uit het zaad dat zich al groeiend aanpast aan de omgeving en afhankelijk van de wind vorm aanneemt. De blijvende groene naalden versterken dit symbolisch karakter. Het zaad zelf, synoniem voor het ontstaan, is in dit werk vergelijkbaar met de adem. "Methuselah" heeft een cyclische structuur. De cycli herhalen zich ongemerkt, ondanks de constante evolutie in de tijd. Het melodisch-timbraal materiaal is gebaseerd op enhemitonische pentatoniek. De ritmische structuren evolueren onafhankelijk en soms tegendraads. De emoties die het werk bij de luisteraars tracht op te wekken zijn de enige constante en symboliseren de menselijke hoop.
Discography: LPD011: Basiamo , with Moniek Darge
wilt U haar een sturen? Last updated on 2007-02-27. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||