 |
Barbara BUCHOWIEC
|
Vlaamse komponiste van Poolse origine (°Opole).
Studeerde aan de Academie Muzyczna genoemd naar K.Lipinski te Wroclaw waar zij het diploma van Magister in de Kunst behaalde. Na het verwerven van de Belgische nationaliteit studeerde zij verder o.m. altviool aan de konservatoria van Brussel en Antwerpen, waarna zij zich onweerstaanbaar aangetrokken voelde tot de kompositie.
Als studente van prof. dr. Godfried-Willem Raes in diens klas voor experimentele kompositie aan het konservatorium van Gent bekwaamde zij zich verder in deze kreatieve discipline. Zij behaalde met onderscheiding de graad van meester in de kompositie in 2004.
Zij schreef en realiseerde eveneens meerdere elektro-aloestische komposities, waaronder het werk "Chou", dat o.a. uitgezonden werd op de Antwerpse Radio-Centraal.
Ook voor muziekautomaten komponeerde zij verschillende werken, zoals o.a. "Fugato", "Effocarum", "Moonflower" en "Zipenzap".
Haar eerste kompositie, het strijktrio "Vier Lentes" werd in 1999 uitgevoerd te Morges,Zwitserland. Met het werk "Anjers" voor viool,altviool, cello (of fagot) en contrabas maakte zij haar debuut op het Belgisch koncertpodium te Antwerpen.
In de Antwerpse koncertzaal "deSingel" volgde daarna nog de kreatie van het tweede deel van haar strijkkwartet, uitgevoerd door het uitgebreid Goeyvaerts-trio.
Haar werken "Effocarum", geschreven voor het muziekautomaten-orkest van Godfried-Willem Raes, en de twaalfstemmige "Fugato" voor player-piano, werden onder meer uitgevoerd te Lille (Frankrijk). De "Fugato" stond eveneens te Gent en te Krakau (Polen) op het koncertprogramma.
In 2004 werd in de "Logos Tetraeder" te Gent een succesrijk komponistenportret georganiseerd,waarbij een heel programma met werken van haar werd uitgevoerd.
Eveneens in 2004 schreef zij in opdracht van het "Spectra-ensemble" het werk "Methuselah". Deze kompositie werd door het ensemble suksesrijk uitgevoerd in de koncertserie "Masters! - Jonge Vlaamse komponisten" in de konservatoria van Antwerpen en Gent.
Haar eigenzinnige toonspraak, haar ideële wereld,haar konstruktieve manier van kreativiteit en haar persoonlijkheid laat niet onberoerd. De evolutie die in haar werken te bespeuren valt is meer dan interessant te noemen.
Meer en meer wordt het konstruktief opgebouwd vanuit een welbepaalde cel, serie of klankveld, terwijl zij tevens bepaalde experimentele technieken niet uit de weg gaat. Haar veelzijdigheid bewijst zij ook door het schrijven van enig mooie en graag gespeelde pianowerkjes voor de jeugd.
Een konstante in haar werk is zeker een altijd aanwezige emotionaliteit. Dit is dan ook één van haar betrachtingen : de luisteraar steeds te beroeren.
|
|
 |
BEKNOPTE BESPREKING VAN ENKELE WERKEN
MOONFLOWER (november 2001)
Dit vrij ritmische en virtuoze werk voor <vibi>
automaat is gebouwd op enerzijds de tritonus en anderzijds op een sekonde-dissonant.
Imitatieve elementen en virtuoze loopjes in harmonie met de genoemde intervallen
maken van deze kompositie een experimenteel klankveld dat doet denken aan
de buitenaardse onwezenlijke sfeer waar de titel naar verwijst.
PANTA RHEI (2002)
Kompositie voor een nogal "eigenzinnige" bezetting : fluit,altviool,trombone,tuba
en kontrabas waarin soms de extremen van het instrument en de uitvoeringspraktijk
wordt afgetast.
Gebouwd op de hexatoon es-f-g-a-h-cis waarvan de g en a in de aanhef van
het werk worden uitgesteld, wat wijst op een seriële benadering. Technieken
zoals het gelijktijdig aanblazen van het instrument met gebruik van de stem,
tekstelementen samen met de imitatieve muzieklijnen uit te voeren, dubbeltechnieken
bij blaasinstrumenten, "windelementen", vrije klankveld-passages afgewisseld
met rigoureuze ritmische motieven... Dit alles maken van dit werk een fascinerend
experiment waarin het konstructieve element steeds aanwezig is.
EFFOCARUM (2002)
Dit werk is gebouwd op een kleine secunde-interval die zich quasi door de ganse kompositie beweegt, al of niet gemuteerd, in omkeringen of reëel, verticaal of horizontaal gebruikt.
Het ostinato van dit interval, slechts gedurende enkele korte periodes onderbroken,
geven aan het werk zijn gevoel van beklemming, een beklemmende angst, emotie
waarop de titel gebaseerd is.
De korte onderbrekingen van het ostinato staan als het ware voor de mens
die in zijn beklemmende angstpsychose naar adem -de noodzakelijke levenslucht-
snakt. De verrassende aksenten beklemtonen nog meer het beklemmende gevoel
dat dit werk uitstraalt. Het einde, waar de beklemming zijn ultieme opluchting
zou moeten krijgen, blijft evenwel in mineur (plagale kadens e-moll) : zoals
na een nachtmerrie blijft de beklemming nog nazinderen. De angstervaring
is in het geheugen definitief opgeslagen.
IN HET WOUD (2003)
Pianosuite van zes miniaturen: Fluisterende Eiken-Oude Beer-Vosje-Specht-Eekhoorn-Vlinder.
Deze miniaturen (de meeste deeltjes hebben een duur van 1'30" tot 2') richten
zich naar jonge piano-leerlingen (vanaf lagere graad 4) en zijn geschreven
in een beschrijvende en poëtische programmamuziektaal.
Toch kunnen hier ook enkele typische kompositorische trekjes, eigen aan
het werk van de komponiste, worden waargenomen. Ook dit werk wordt opgebouwd
vanuit een kleine cel, die ritmisch kan zijn of gebouwd op een kort interval,
en wordt het veelvuldig gebruik van funktionele dissonanten en vergrote
kwartsprongen(tritonus) niet geschuwd.
Met deze cellen als bouwstenen is dit werk een feeëriek geheel van kindervertellingen, vol van poëtische inspiratie.
VLINDER (2003)
Piano-vierhandig
De langste miniatuur uit de pianosuite "In het Woud" (circa 3') werd herwerkt
als vierhandig pianowerk. Deze versie is piano-technisch eenvoudiger uit
te voeren dan de piano-solo versie, maar stelt toch wel hoge eisen op gebied
van het samenspel der beide pianisten.
Dit is echte kamermuziek.
IN HET WOUD (2003)
Suite voor kamerorkest
De pianosuite werd eveneens ge-orkestreerd voor volgende bezetting : 2 fluiten-2
hobo's-2 klarinetten-2 fagotten-1 hoorn-1 perkussionist (pauken, woodblock,
triangel, tamboerijn, kleine trommel, glasharmonika, klokkenspel) -1° violen-2°
violen- altviolen- celli- kontrabas.
De diverse instrumentale kleuren geven het werk een nog grotere feeërieke
inhoud.
METHUSELAH (2004)
Werk voor fluit-basklarinet-perkussie-piano en strijkkwartet.
De naam "Methuselah", ontleend aan het bijbelse personage (oudste mens op aarde), wordt ook gebruikt om de levensboom, de oudste dennenboom ter wereld te benoemen.
De boom staat symbool voor het cyclisch leven dat ontstaat uit het zaad dat zich al groeiend aanpast aan de omgeving en afhankelijk van de wind vorm aanneemt. De blijvende groene naalden versterken dit symbolisch karakter.
Het zaad zelf, synoniem voor het ontstaan, is in dit werk vergelijkbaar met de adem.
"Methuselah" heeft een cyclische structuur. De cycli herhalen zich ongemerkt,
ondanks de konstante evolutie in de tijd. Het melodisch-timbraal materiaal
is gebaseerd op enhemitonische pentatoniek. De ritmische strukturen evolueren
onafhankelijk en soms tegendraads. De emoties die het werk bij de luisteraars
tracht op te wekken zijn de enige konstante en symbolizeren de menselijke
hoop.
| Komposities |
| 1998 |
4 Lentes |
voor strijktrio (viool, altviool, cello) |
| 1999 |
Anjers |
voor viool, altviool, cello(fagot) en kontrabas |
| |
Souvenir de Morges |
voor pianokwartet |
| 2000 |
Kwartet nr. 1 |
voor strijkkwartet |
| |
Sotto voce 1 en 2 |
voor fluit en altviool |
| 2001 |
Fugato |
voor <player piano> |
| |
Tango per due |
voor 2 strijkers |
| |
Moonflower |
voor <vibi> |
| |
In het Woud |
6 pianostukjes voor de jeugd (genomineerd wedstrijd ISME) |
| 2002 |
Effocarum |
voor <piperola>, <vox
humanola> , <harma>
en <bourdonola> |
| |
Pantha rhei |
voor fluit, altviool, bastrombone, tuba en kontrabas |
| |
Chou |
elektroakoestische kompositie |
| |
Toccata |
voor piano solo |
| 2003 |
Fjordic Light |
voor 4 altviolen |
| |
Aurora Borealis |
voor kamerorkest: klarinet, basklarinet, hoorn, 3 trombones, tuba,
perkussie en strijkers. |
| |
In het Woud |
pianostukjes georkestreerd voor kamerorkest |
| 2004 |
Rêve d'Espoir |
voor 5-kanales tape, perkussie en stem |
| |
Elements |
voor piano, klarinet en mezzosopraan |
| |
Zipenzap |
voor de Logos-automaten
: vibi, tubi, puff, troms, thunderwood en springers |
| |
Reve d'Espoir |
voor 5-kanaals tape, perkussie en stem |
| |
Ake-birthday |
voor <ake> (automaat) |
| |
Methuselah |
voor fluit, basklarinet, perkussie, piano en strijkkwartet (in opdracht
van het Spectra-ensemble) |
| 2005 |
White |
voor automaten |
| |
Framed |
voor tape en performer |
| |
GMTango |
voor 9 automaten: thunderwood, ake, harma, vibi, tubi, playerpiano2,
troms, piperola en so |
| |
October |
voor 7 automaten: humanola, piperola, harma, llor, puff, so en trump |
| |
Herfstwind |
voor klarinet en piano |
| 2006 |
Aprilstudy |
playerpiano 2 |
| |
Autech |
technostuk voor 7 automaten: bourdonola, piperola, troms, puff,
krum, tubi, trump |
| |
Aan de zee - pianosuite voor de jeugd |
piano |
| |
Symbiose |
bourdonola, thunderwood, piperola, sire |
| |
Ochtendspits |
11 automaten |
| |
Magnesia |
elektro-akoestisch |
| |
Ange |
altstem & piano |
| 2007 |
Uwertura |
11 automaten & altviool |
| |
Acretian memories |
6 kanalen electroakoesatisch |
| 2008 |
Mars of the Liliqts |
voor Qt en altviool (in opdracht van Muzikon) |
| |
Ballade |
hoornsolo, strijkorkest, tuba en percussie |
| |
Le chant de la pluie |
toypi + 2 performers (muziektheater) |
| |
7 Contemplaties |
altviool solo |
| |
Pingpong |
troms solo |
| 2009 |
Start |
muziektheater, 4 of meer performers |
| |
Voice performance |
vokaal kwartet |
| |
Solo |
altviool |
| |
Schaduw van 9 |
automaten |
| |
Winter feeling |
12 automaten |
| 2010 |
Allegoria |
muziektheater, 4 performers + automaten |
| |
Wals a la marquise |
automaten + hond performance |
| |
Ake toet toet |
muziektheater, 1 performer, automaten + audio tape |
Discography: LPD011: Basiamo , with Moniek
Darge
Back to the Logos Foundation Home-Page
wilt U haar een sturen?
Last updated on 2008-10-07.
|
|