BEELDENDE KUNST VAN DE MAORI (NIEUW-ZEELAND)


De Maori van Nieuw-Zeeland zijn vooral beroemd omwille van hun houtsnijwerk, dat overwoekerd wordt door een spiraalvormige decoratie, gekenmerkt door een verregaande "horror vacui" (angst voor het lege). De rechte lijn komt omzeggens niet voor en een overvloed aan gebogen lijnen kronkelen rusteloos in en over elkaar.


Algemene kenmerken van de Maori sculptuur:

spiraalmotief, inlegwerk met gesculpteerde schelp, snijwerk maar uiterst zelden gepolychromeerd: meestal wordt het hout onbeschilderd gelaten, overwoekerende versiering.

Soorten houtsnijwerk:

Reusachtige kano's, die honderden mensen kunnen transporteren, hebben rijkversierde voor- en achtersteven. Vaak worden ze gekenmerkt door de zgn. ajour-techniek. Opengewerkte delen worden omsloten door een overvloedig decor, dat zowel uit spiraalvormige motieven als uit antropomorfe voorstellingen bestaat.


Het ontmoetingshuis, gelegen op het centrale open plein, de "marae", domineert de nederzettingen. Deze dorpen lijken vaak op forten, omgeven door houten palissades en aarden wallen. De imposante toegang, de houten balken van het dakgebinte binnenin het gebouw, alsook de binnenmuren zijn rijkelijk gesculpteerd. De dakkonstruktie moet de indruk wekken van een ribbenkast: wanneer men het ontmoetingshuis betreedt, stapt men immers in het lichaam van een sacrale voorouder binnen. Geen balk wordt ongemoeid gelaten, maar vandaag de dag durft men wel eens de tijdrovende sculpturen te vervangen door schilderingen. Op de gevel prijken verschillende godenfiguren met hartvormige mond, uitgestoken tong en handen met slechts drie vingers. Het lichaam van deze godenfiguren is volledig overdekt met spiralen.


Drie dimensionele beelden komen voor, doch zijn zeldzamer. Ook sacrale objecten of belangrijke gebruiksvoorwerpen worden met spiralen gedecoreerd.


Jaden figuurtjes:

Jade is een groene halfedelsteen, waaruit de Maori kleine ornamenten snijden, die dikwijls als hanger rond de hals worden gedragen. Het meest voorkomende motief is de TIKI, een beschermgod in de vorm van een embryo-achtig wezen met opengesperde mond, een groot, schuingehouden hoofd en gebogen ledematen. Deze TIKI's zijn ware geluksbrengers voor de dragers. Vandaag de dag wordt de toeristenmarkt evenwel overspoeld door honderdduizenden groene plastieken pseudo-Tiki's...


Lichaamstatoeage:

Zoals bij het houtsnijwerk werden ook talrijke spiraalmotieven in de huid gekerfd, tot men een diep relief verkreeg. Dit gebruik is nu op de achtergrond geraakt, hoewel vlakke tatoeages opnieuw zeer in zijn. Bij speciale gelegenheden zal men nu ook wel eens gelijkaardige motieven op het gezicht en het lichaam schilderen. Typerend is de dubbelspiraal op de beide neusvleugels.


 

TRADITIONELE MAORI-MUZIEK VAN NIEUW-ZEELAND
door Moniek DARGE


Deze tekst werd door de Universiteit Gent gepubliceerd als artikel.

Inhoud:


 

HE WHAKATATAUKI MAORI: 1

Maori gezegde:

 

MA TE WHAKATAU KA MOHIO

Door discussie komt begrip,

MA TE MOHIO KA MARAMA

Door begrip komt licht,

TE MARAMA KA MATAU

1

Door licht komt wijsheid,

MA TE MATAU KA ORA

Door wijsheid komt leven.

 

 

Inleiding:

 

De Maori's van Nieuw-Zeeland zijn Polynesiers die in opeenvolgende volksverhuizingen tussen de 11de en de 14de eeuw het noord- en zuideiland, slechts gescheiden door de Cook-Street, hebben bevolkt. Hun oorspronkelijke plaats van herkomst is onduidelijk. Men kon niet achterhalen van waar precies uit het oosten van Polynesie zij afkomstig zijn.

Ook of Nieuw-Zeeland voor de 10de eeuw al dan niet was bewoond, is moeilijk met zekerheid vast te stellen. De geruchten zijn hardnekkig als zouden de Maori's wellicht zelf de oorspronkelijke bewoners van de eilanden hebben uitgeroeid.

De mythe wil dat een godheid in de vorm van een regenboog de Maori's de weg naar Aotearoa, "Het Eiland van de Lange Wolk" (Nieuw-Zeeland dus) heeft getoond.

Hun naam, Maori, komt van Ma-Uri. Dit zijn voor hen woorden met een sacrale betekenis: Ma staat immers voor 'ontwikkelde, veredelde mens' en Uri voor 'nageslacht van een gewijd huwelijk tussen geselecteerde ouders'. Ma-Uri betekent dus zoveel als 'godenkinderen, kinderen van de hemel'. 2

Daar zij gevreesde krijgers waren kregen zij de bijnaam van ‘Vikings van de Zonsopgang’. Terwijl de Maori's op hun beurt de blanken Pakeha noemen, wat staat voor 'ongezond volk'. Pa betekent immers 'clan, volk, natie' en ke-ha staat voor 'met ziekten beladen, met een slechte adem, met syfilis'. 2

Toen de Engelsen Nieuw-Zeeland wilden inlijven, hebben de Maori's verwoede gevechten geleverd voor het behoud van hun gronden en werd er uiteindelijk op 6 februari 1840 een pakt getekend, de zgn. 'Waitangi Treaty', tussen de Maori-etniehoofden en kapitein William Hobson van het Engelse leger. Door dit verdrag verkregen de Maori's het behoud en de bescherming van hun gronden, doch stonden zij de souvereiniteit van hun land af aan de Engelsen. 3

Deze overeenkomst werd regelmatig geschonden, hoewel de Maori's de beloften gemaakt te Waitangi als bindend beschouwen en vastberaden zijn het verdrag te doen respecteren. Ter herdenking van het bestand werd 6 februari oorspronkelijk de Waitangi Dag genoemd en nu de Nieuw-Zeeland Dag 4. Bij die gelegenheid worden ieder jaar opnieuw schijngevechten georganiseerd in de haven van Auckland, op het noordeiland, waarbij de moderne Engelse oorlogsvloot een schijnconfrontatie aangaat met deze van de Maori's. De Maori's dossen zich dan uit in hun ceremoniele krijgsuitrusting. Zij dragen de typische, gevlochten rokken, de piupiu, en beschilderen hun aangezicht met de dubbelspiraalmotieven, die vroeger in de huid getatoeeerd waren. Zij gebruiken hun traditionele wapens en verplaatsen zich in tot 33 meter lange kano’s 5, gesculpteerd uit het hout van o.a. de kauri-boom (Agathis australis). Deze inheemse boom is nu vrij zeldzaam geworden, omdat de blanken hem vroeger in groten getale hebben omgehakt, om dienst te doen als mast van hun zeilschepen.

 

Vandaag de dag, leven de ca. 300.000 Maori's grotendeels in de steden. Nadat zij in oorsprong jagers waren, vestigden zij zich, toen de Moa-vogel uitstierf, als sedentaire landbouwers 6. Met de komst van de blanken verlieten velen evenwel hun dorpen. Maar ondanks het leven in de hedendaagse steden, hebben vele Maori's door hun voorouders een band behouden met het platteland en bezitten zij een etnie-verband, dat hen aan de plattelandsgemeenschappen bindt. Deze etnieen zijn streekgebonden en bezaten in het verleden geen gemeenschappelijke identiteit, maar zij beschouwden zich als nazaten van de eerste kanovaarders. Leden van deze etnieen kunnen nu nog de namen van hun voorouders opnoemen, die met de kano naar Aotearoa kwamen en gedetailleerde genealogieen van hen opstellen.

Op het platteland woonden Maori's traditioneel in versterkte dorpen, meestal gelegen op een strategisch punt, bv. bovenop een heuvelrug. Dit omwille van de goede uitkijk. Het traditionele dorp is omringd met een aarden wal en houten schuttingen, bestaande uit schouder tegen schouder geplaatste boomstammen, bovenaan eindigend op een scherpe punt. Centraal in het dorp ligt de marae, een open plein, met daarop het whare hui, of gemeenschapshuis. De term marae wordt ook wel eens gebruikt om het gebouw zelf op de marae aan te duiden. Binnenin deze whare hui is de Maori symbolisch in het lichaam van de voorouder, wat duidelijk wordt gemaakt door het houtsnijwerk van het gebouw. Op de whare hui rust tapu (van dit woord is onze term taboe afgeleid), wat sacraliteit betekent. Het tapu-begrip speelt een cruciale rol in het leven van iedere Maori.

Vroeger had ieder dorp ook een uitkijktoren, waarin zich een wachter ophield met een soort "gong", een grote houten plank (zie verder), waarop bij dreigend onheil alarm werd geslagen. Deze plank werd de pahu genoemd en kon een lengte tot 2 meter hebben. Er wordt beweerd dat dit ‘instrument’ tot 20 kilometer ver hoorbaar was. Deze pahu is nu in onbruik geraakt.

 

De religie van de Maori is nauw verbonden met de natuur en de voorouders. Zij omvat een grote groep goden, die waakt over zaken zoals de zee, het woud en vanzelfsprekend de oogst enz.

De Maori's kenden vroeger diverse vormen van magie en het bovennatuurlijke doordrong het dagelijkse leven. De natuur zelf werd als een levend wezen beschouwd en derhalve werd de omgang tussen mens en natuur ook door allerlei rituele voorschriften geregeld. Ook hier stond het begrip tapu centraal: bepaalde plaatsen, handelingen en mensen, zoals hooggeplaatste priesterfiguren of groepshoofden waren sacraal, of tapu. Tot op heden blijft dit tapu -begrip een zeer belangrijke rol spelen in het leven van de Maori's.

Tiki, zijn antropomorfe ornamenten waarvoor tal van duidingen bestaan. Globaal genomen kunnen we ze zien als krachten of geesten, met een min of meer menselijke gedaante, doch vaak met tal van afwijkingen. Tiki kunnen de mens zowel goed als kwaad gezind zijn. Zij worden voorgesteld als wezens met -meestal- slechts drie vingers aan elke hand. Toen wij een Maori vroegen, waarom dit zo is, kregen wij als enig antwoord, dat het zo hoort te zijn, dat die bepaalde tiki nu eenmaal slechts drie vingers aan elke hand heeft en dat het altijd zo geweest is.

De funktie van de tiki bestond er onder andere in, aan te duiden dat een bepaalde plaats tapu was, of de tiki kon ook een kwaadafwerende of beschermende funktie hebben, door zijn uitgestoken tong. Tiki's werden bij de toegang van de pa (het dorp) geplaatst, maar kunnen ook nu nog talrijk bewonderd worden als ornamenten aan de buitenzijde van de whare hui (gemeenschapshuizen).

Als amulet, die vaak uit jade vervaardigd is, doch soms ook eens uit walvisbeen of hout, heeft de hei tiki een embryo-achtig uiterlijk. De meer recente versies hebben een schuingehouden hoofd, een opengesperde mond met uitgestoken tong en gebogen ledematen. Een hei tiki wordt als hanger gedragen en symboliseert de gevreesde kracht van doodgeboren kinderen. Tegelijk kan het ook een vruchtbaarheidssymbool zijn, hoewel de hei tiki soms ook door mannen werd gedragen. 7

 

Ondanks alle westerse invloeden en contacten is een goed deel van de oorspronkelijke Maori-religie bewaard gebleven. Dit komt nu vooral nog tot uiting in de interaktie met de natuur. Een voorbeeld hiervan is het offeren van de eerst gevangen vis aan Tangaroa, vader van vissen en reptielen 8, en van de eerst gevangen vogel aan Tanemahuta.

Rituelen zijn essentieel in de Maori-samenleving en worden strikt gevolgd. Vaak worden zij geassocieerd met traditionele beeldende kunsten, zoals met beeldhouwwerk en weven 9. Maar ook in de muziek zijn er tot op heden banden met de rituelen en de bovennatuur aan te tonen, vooral dan met de magie. Dit is in de eerste plaats waar voor de 'revival-traditionele muziek', want ook bij de Maori-muziek, moeten we nu, zoals bij de muziek in alle etnische kulturen, een duidelijk onderscheid maken tussen de commerciele en de traditionele. Wij zullen ons hoofdzakelijk beperken tot het bespreken van de traditionele vormen.

 

Traditionele Maori-muziek:

 

De traditionele Maori-muziek is heden ten dage hoofdzakelijk vokaal. Het gebruik van instrumenten is in de loop der tijden meer en meer in onbruik geraakt, doch recent heeft wel een revival plaats.

In de traditionele Maori-muziek ontbraken oorspronkelijk snaarinstrumenten en membranofonen. De aerofonen of blaasinstrumenten en vele idiofonen (slaginstrumenten zonder membraan) werden vooral aangewend om vocale muziek te begeleiden.

De vocale muziek valt in twee grote groepen uiteen: de gereciteerde en de gezongen vocale muziek. Bij beiden staat de Maori-taal centraal. Deze taal is vandaag de dag ook als officiele Nieuwzeelandse taal naast het Engels erkend. Zowel de liederen als de recieten (redevoeringen) worden beiden vaak met dans geassocieerd.

Bij gereciteerde liederen ontbreekt een vaste organisatie van toonhoogten en ligt het tempo veel hoger dan bij de gezongen liederen.

 

De GERECITEERDE LIEDEREN

De POWHIRI of het welkomstlied en welkomstritueel is een mengvorm en wel in die zin, dat er zowel gereciteerde als gezongen delen in voorkomen en dat er zowel mannen als vrouwen aan deelnemen. De mannen schreeuwen, terwijl ze woest op de grond springen, met de voeten stampen en in eerste instantie met hun wapens dreigen. De vrouwen daarentegen zingen hun teksten melodieus.

Toen wij in Christchurch, op het zuideiland, voor het eerst een powhiri bijwoonden, die onaangekondigd, doch speciaal voor ons werd uitgevoerd, viel ons vooral het uitgesproken man-vrouw rollenpatroon op. Terwijl de mannen zich tot het uiterste inspanden er zo schrikwekkend mogelijk uit te zien en een zo agressief mogelijke indruk na te laten -iets waar ze wonderwel in slaagden- , beoogden de vrouwen duidelijk het tegengestelde effekt. Zij zongen lyrisch, wat schril kontrasteerde met de mannenkreten, en droegen daarbij groene takken in de handen, die ze wiegend bewogen, waardoor ze zichzelf als het ware met een handendans begeleidden, zoals gebruikelijk tijdens een 'action song' (zie verder).

Een powhiri bestaat meestal uit verschillende delen. De powhiri van het Tuhoe-volk bv., is opgebouwd uit 4 opeenvolgende fragmenten:

- Karanga

- Whakatu waewae - Ko Te Puru

- Powhiri wahine - Hoki Wairua Mai Ra Toia Mai

- Haka Taparahi - I Haria Mai E Matou Te Aroha

Bij de aanvang van een dergelijk traditioneel welkomstlied staan de gewapende Maori-mannen voor de Maori-vrouwen. Zij symboliseren hiermee hun verdedigende funktie. Zowel tegen verbale als tegen fysische agressie dienen deze Maori-vrouwen, volgens hun traditie, beschermd te worden. Na het tweede deel van de traditionele powhiri, komen de vrouwen naar voor en gaan op gelijke hoogte met de mannen staan. De vrouwen dragen groene takken. De mannen steunen zich op een knie, doch blijven gewapend. De vrouwen voeren hun deel van de welkomstceremonie op en nadat ze zich hebben vergewist ,dat de bezoeker met vredelievende doeleinden komt, trekken ze zich terug. Hierop reageren de mannen door hun wapens neer te leggen en een "haka taparahi", d.w.z. een "haka" of "mannenlied" zonder wapens uit te voeren. Hiermee symboliseren zij dat de bezoekers welkom zijn.

 

Zoals reeds aangegeven, worden dergelijke welkomstceremonies nog steeds uitgevoerd en vervullen de niets vermoedende bezoeker in eerste instantie met enige vrees, door het dreigende geschreeuw, gestamp en gegestikuleer van de mannen. Het ritueel heeft dan ook op het eerste zicht meer weg van een schijnaanval.

De vrouwen dragen geen wapens en nemen in eerste instantie een afwachtende houding aan. Het zijn dus de mannen die de bezoeker - de nieuwkomer- eerst en vooral ontzag willen inboezemen en respekt afdwingen en pas wanneer de mannen zich hebben vergewist van de vredelievende bedoelingen van de bezoeker, komen ook de vrouwen naar voor. Deze verwelkomen de bezoeker door melodieus te zingen en zacht met de armen heen en weer te wiegen. Pas daarna worden de wapens door de mannen neergelegd en worden de vredelievende bedoelingen duidelijk.

 

De HAKA is een geschreeuwde toespraak, gekoppeld aan een dans en hoofdzakelijk door mannen uitgevoerd. Er bestaan diverse soorten haka. Haka kunnen zowel met als zonder wapens worden uitgevoerd.

Een HAKA TAPARAHI (haka zonder wapens) sluit bv. de welkomstceremonie af. Deze vorm van haka heeft noch een wreedaardig, noch een sacraal karakter, maar komt toch vrij woest over, door het springen van de deelnemers, het wild rollen met de ogen, het heftig bewegen met het hoofd en het in de maat op de billen slaan.

Afhankelijk van de situatie kan een haka of plechtig zijn, of treurig, bv. bij het bewenen van een dode. Maar een haka kan ook eerder komische passages bevatten, zeker wanneer het om louter amusement gaat.

Haka worden nochtans in de eerste plaats geassocieerd met oorlogsdansen.

Wanneer een haka dient ter voorbereiding op de strijd en een lijf aan lijf gevecht voorafgaat, wordt hij HAKA PERUPERU genoemd. De krijgers dragen dan een soort lans, in feite een lange knots met lemmet in de linkerhand, terwijl de chef een korte knots vasthoudt.

De haka peruperu- dans heeft de uitgesproken bedoeling angstaanjagend te zijn en hier komt de 'dans' neer op het herhaaldelijk hoog opspringen en bij het neerkomen een of andere vreesaanjagende houding aan te nemen. Tegelijk worden de oogleden wijd opengesperd en wordt er met de ogen gerold, zodat de pupillen een starende, angstaanjagende uitdrukking krijgen. De tong wordt uitgestoken en waar de eerste bewegingen van de dans nog vastgelegd en afgelijnd zijn, wordt de actie gaandeweg frenetieker en onbeheerster.

Barry Mitcalfe citeert in zijn boek "Maori Poetry" volgende tekst, die bij een oorlogs-haka wordt gereciteerd:

 

Omcirkel!

Ah, ah,

Verwijder je!

Ah, ah,

Laat de zeehond

Vluchten,

Terwijl hij zich dodelijk verschrikt

Zonder ophouden omdraait!

Ah, ah, het is oorlog. 10

 

Ook vrouwen participeren bij het uitvoeren van haka, vooral bij de niet-gewapende versie, maar vroeger mogelijks ook bij de oorlogs-haka. Hoewel vrouwen slechts zeer uitzonderlijk aan de eigenlijke gevechten deelnamen, participeerden ze toch in de eraan voorafgaande haka, teneinde de krijgers aan te moedigen. Ook tijdens de strijd zelf zouden de vrouwen de mannen hebben aangemoedigd

 

Naast powhiri en haka komt ook nog de NGERI voor, die moet dienen om iedere mogelijke vorm van "tapu" (sacraliteit) af te wenden.

Bij de Maori is het gebruikelijk een toespraak steeds af te sluiten met of een waiata (zie verder), of een haka of een ngeri.

Net als de haka behoort de ngeri ook eerder tot het gereciteerde (lees: geschreeuwde) genre, dan tot het gezongen genre.

 

Andere gereciteerde vormen om "tapu" af te weren, vinden we onder de zgn. KARAKIA, vlugge geintoneerde bezweringsformules of aanroepingen met een ritueel karakter. Tijdens de constructie van een gemeenschapshuis op de marae (het centrale dorpsplein) wordt tapu op het gebouw gelegd. Het is bv. gebruikelijk dat vrouwen de werf dan niet mogen betreden. Dit tapu dient evenwel bij voltooiing van het gebouw te worden opgeheven en hiervoor doet men beroep op een gereciteerde karakia. Nu nog worden bij de opening van een ontmoetingshuis of bij het ingebruik nemen van een nieuwe kano dergelijke karakia uitgevoerd.

 

De term karakia wordt ook gebruikt voor eenvoudige bezweringsformules door kinderen en volwassenen tijdens het dagdagelijks leven geuit. Karakia worden snel, monotoon en naar het eind van de zin toe, in dalende lijn gereciteerd. De rituele karakia vereisen bijzondere aandacht, daar een fout, hapering of onderbreking tijdens de uitvoering, onheil, ziekte of zelfs de dood van de uitvoerder met zich kan meebrengen. Zeer belangrijke en lange karakia worden daarom vaak door twee priesters uitgevoerd, zodat de tekst, zelfs niet voor een ademhalingspauze, onderbroken dient te worden.

 

Ook in de Maori-mythen spelen karakia een belangrijke rol.

Zo werd de halfgod Maui niet op gewone wijze geboren. Zijn moeder beviel vroegtijdig van hem bij de oevers van een rivier. Ze wikkelde het embryo in een haarlok en vertrouwde hem aan de golven toe. Zijn voorvader, Tama-nui-ki-te-rangi redde hem echter en verzorgde hem tot op het moment van zijn terugkeer bij zijn ouders. Maar volgens het Maori-geloof zijn embryo's echte kwelgeesten en zo was ook de halfgod Maui.

Op een keer ging hij vissen met zijn vier oudere broers. Hij was stiekem aan boord van de prauw gekropen, daar zijn broers, moe van al zijn pesterijen, hem liever niet hadden meegenomen. Toen ze hem ontdekten, verstopt onder een gevlochten mat, konden ze wel niet anders dan hem meevoeren, maar ze weigerden hem een vishaak te geven. Maui maakte zichzelf een vishaak op magische wijze en hij hief een karakia aan, om de winden van het noord-oosten en zuid-oosten op te roepen. Onmiddellijk had hij een vis beet, de gigantische vis Te Ika a Maui (de vis van Maui) genaamd, die niets anders was dan het noord-eiland van Nieuw-Zeeland.

De reusachtige vis deed het wateroppervlak barsten en de prauw werd hoog in de lucht opgeheven en belandde op de top van de berg Hikurangi. Nog vooraleer Maui de kans had een priester erbij te halen om de vangst te zegenen en de vis rechtvaardig te verdelen, waren zijn broers al in de vis aan het kerven en begonnen ze hem op te eten.

De vis kronkelde van de pijn en zijn huid vormde vele rimpels. Dat is de reden waarom het noord-eiland van Nieuw-Zeeland niet vlak is, doch golvend, met talrijke heuvels. 11

Karakia spelen eveneens een belangrijke rol tijdens de Ta Moko ceremonies (de traditionele tatoeageceremonies). Niet iedere Maori kan een Ta Moko ceremonie ondergaan, daar rang en afkomst, goedkeuring van 'tribal leaders' enz. hierbij een hoofdrol spelen. Hoewel ook deze aspecten van de Maori-cultuur bijzonder belangwekkend zijn, kunnen wij ze hier binnen dit korte bestek niet behandelen, daar zij ons te ver van ons onderwerp zouden afleiden. Voor een goed begrip van de rol van de muziek tijdens deze Ta Moko plechtigheden, moeten we ons toch realiseren dat het hier niet gaat om het aanbrengen van tatoeages zoals wij die in onze cultuur kennen, doch om lichaamsornamenten die met behulp van een beitel uit albatrosbeen, in de huid worden gekerfd. Net zoals bij houtsnijwerk wordt de Maori-huid dus gebeeldhouwd. In het bijzijn van de familie, van sommige ouderen en van de Tohunga ta Moko (de expert in de Moko-kunst), en onder voortdurend gezang en het reciteren van karakia door diegenen die in de buurt zitten als awhi (steunverleners), begint het pijnlijke beeldhouwproces van de lijnen, curves en spiralen, dat verschillende achtereenvolgende dagen kan duren. 12

In tegenstelling tot de karakia, die meestal solo en soms in duo worden uitgevoerd, worden de zgn. PAATERE hoofdzakelijk in groep gereciteerd. Het gaat hier om door vrouwen gereciteerde liederen in antwoord op roddel. Het tempo is trager dan dat van de karakia en het reciteren gebeurt grotendeels op een enkele noot, met bij het eind van een zin of een strofe een kleine stijging in toonhoogte, gevolgd door een daling. Bij een Paatere wordt de roddel niet weerlegd of tegengesproken, maar beantwoord met een typische opsomming van de verwantschapsbanden van de auteur. Hierin ligt het grote belang van de paatere, want ze hebben te maken met de persoonlijke genealogie en de geschiedenis van de etnie. Bij deze gereciteerde liederen is het, net zoals bij de Waiata (zie verder), van belang een strikt ritme en een juist unisono aan te houden. Dit concept wordt whakaeke genoemd en is niet zozeer een esthetische kwestie. Bij de Maori's gelooft men, dat het onderbreken van de continuiteit van een lied, neerkomt op het uitnodigen van dood en onheil.

Liederen waarin de genealogie wordt opgesomd, vinden we in gans Oceanie, want de plaats van het individu in de sociale en politieke structuur van de maatschappij wordt grotendeels door de stamboom bepaald.

Ook het idee, dat een fout bij de uitvoering van zang en dans rampspoed met zich meebrengt, is een meer voorkomend concept bij eilandbewoners van de Stille Zuidzee. Zo zijn bv. ook de Fiji-mannen overtuigd dat een fout of slordigheid bij de uitvoering van hun speerdansen tot een catastrofe in de realiteit zal leiden.

 

Naast met een gereciteerde Paatere, kunnen Maori-vrouwen op Nieuw-Zeeland roddel beantwoorden met een KAIORAORA. Maar hier is de tekst weldegelijk grof en beledigend, hoewel de reciteerstijl sterk overeen komt met de paatere.

Het tempo van zowel de paatere als van de kaioraora is langzamer dan van de karakia en er zijn geen lang aangehouden noten. Soms bekomt men een effect van schijnsyncopen.

 

 

De tweede groep liederen zijn de GEZONGEN LIEDEREN en de GEZONGEN POEZIE,

die ook de NGA MOTEATEA wordt genoemd.

 

Vroeger werden sommige vormen van deze moteatea-gezangen begeleid door fluitmuziek. Vooral de koauau (zie verder) werd hiervoor gebruikt. Deze fluiten werd normaal gezien met de mond gespeeld, doch volgens sommige auteurs werden ze ook wel eens door een kenner met de neus aangeblazen. Dit hoeft ons niet te verwonderen, want het kwam vroeger wel eens vaker voor, dat een aantal aerofonen op eilanden van de Stille Zuidzee, met de neus werden aangeblazen en dus echte neusfluiten waren. Maar voor de koauau zou deze speelwijze eerder uitzonderlijk zijn. Andere musicologen ontkennen dan weer ten stelligste dat dit ooit het geval zou zijn geweest met de koauau. De discussie is evenwel niet beslecht, wel integendeel. De vooraanstaande etnomusicoloog en authoriteit op het gebied van de Maori-Muziek, Mervyn McLean wijdde in 1972 een 32 pagina's tellend vooronderzoek aan dit onderwerp en kwam toen reeds tot de conclusie dat de koauau beslist nooit als neusfluit kan zijn bespeeld . 13 Het betreft hier evenwel een vooronderzoek. De strijd tussen voor- en tegenstanders van deze stelling is nog steeds niet beslecht. In het volgende hoofdstuk over de muziekinstrumenten zullen we dieper op dit onderwerp ingaan.

Wanneer het instrument niet werd bespeeld, droeg men het instrument rond de hals. 14

 

Nga Moteatea bestaan grotendeels uit klaagzangen, soms ook liefdes- en slaapliederen. De inhoud van de tekst staat centraal.

De opbouw van de moteatea en de traditionele liederen is vrij stereotyp: vaak daalt men eerst een hele toon, dan stijgt men een halve toon en vervolgens nog eens halve. In de oudere moteatea raakt men soms vluchtig nog een derde hogere halve toon aan. Soms komen kwarttoonsinflekties voor.

Onder de kategorie van de gezongen liederen, kunnen we volgende soorten onderscheiden:

- de POI

Tijdens poi-liederen, die steeds door vrouwen worden uitgevoerd, wordt het ritme van het lied aangegeven door een of twee katoenen ballen met grote behendigheid tegen het lichaam te slaan. Hierdoor ontstaat een dof plofgeluid, dat het poi-lied begeleidt. De katoenen ballen zijn bevestigd aan de uiteinden van een koord, dat met grote vaardigheid en snel met beide handen wordt gemanipuleerd, zodat de uiteinden ervan het lichaam op diverse plaatsen raken.

Sommige bronnen verwijzen naar de poi als naar een dans, anderen klasseren de poi dan weer onder actie-liederen. Zeker is dat de poi-handelingen ook kunnen uitgevoerd worden tijdens bv. een pateere (zie hoger) .

Een voorbeeld hiervan is de traditionele poi van recente datum, de zgn. "POIA ATU TAKU POI", gecomponeerd in 1980. Deze poi werd uitgevoerd op de bekende pateere van Erenora Taratoa van Ngati Raukawa. Deze legendarische componiste, was zo mooi dat de andere vrouwen haar kleineerden. Dit lied was haar antwoord hierop.

De auteur Glen Pownall wijst er in zijn boek van 1972 op, dat de Maori sinds oudsher bij hun muzikale expressie blijkbaar hun liederen begeleidden met lichaamsbewegingen. Deze stelling wordt evenwel door vele auteurs weerlegd en de zgn. loutere 'action songs', d.w.z. liederen met verduidelijkende handbewegingen, doch zonder het manipuleren van enig object, zouden zelfs een 20ste eeuwse vinding zijn.

Hoe dan ook Pownalls boek brengt ons ook afbeeldingen van poi-ballen, waarvan wordt aangenomen, dat ze 19de eeuws zijn, wat dan weer een argument zou kunnen zijn voor zijn stelling, dat de poi gebruikt werden om nog meer bijkomende actie tijdens het lied te kunnen uitvoeren. 15

Die oudere, 19de eeuwse poi-ballen zijn uit plantenvezels gemaakt en net zoals de moderne poi bevestigd aan het uiteinde van een touw, dat in unisono tijdens het zingen heen en weer werd gezwaaid.

Toen wij eind jaren 80 in een Aucklands Maori-ontmoetingshuis getuige waren van een poi-cursus, wat paste binnen de toen sterk op gang komende revival beweging, waarbij de oude tradities terug aan de jongeren werden aangeleerd, viel het ons op dat er een aanzienlijk auditief verschil is tussen het live bijwonen van een poi-uitvoering en het beluisteren ervan op een opname. Wanneer men de Maori-vrouwen - want poi is een vrouwenaangelegenheid - deze katoenen ballen met een grote vingervlugheid en een verbazingwekkende behendigheid ziet manipuleren, hoort men de doffe plofgeluiden zeer goed en onderscheiden van de tonen van het lied. Bij eender welke opname evenwel horen we vooral het lied en komt de melodie veel te sterk op de voorgrond, wat o.i. afbreuk doet aan de charmes van het poi-spel, doch wel overeenkomt met de westerse gewoonte de melodie te bevoordelen t.o.v. de begeleiding.

- de ORIORI

Oriori zijn liederen die zich tot kinderen, die afstammen van belangrijke leiders- of krijgersgeslachten richten. Net zoals de meeste Maori-liederen, of ze nu gezongen of gereciteerd worden, moeten de oriori zonder rustpauses of onderbrekingen tussen de lijnen of strofen, worden uitgevoerd in een snel tempo.

De onderwerpen van deze liederen, die nochtans soms als 'slaapliederen' worden voorgesteld, handelen over de geschiedenis van de stam met al zijn mythes en legendes. Oriori worden namelijk speciaal voor kinderen van hoge afkomst gecomponeerd door hun grootouders en ouders. De bedoeling is het kind op te voeden en te instrueren over zijn speciale afkomst en verleden.

- de PAO

Pao-liederen ontstaan dan weer voor een vorm van 'instant-composing', d.w.z. dat de voorzanger, die tevens de componist van de pao is, een eerste couplet zingt, dat onmiddellijk daarop door het koor wordt herhaald. Dit stelt de componist-voorzanger in de mogelijkheid het tweede couplet te bedenken, dat dan op zijn beurt eveneens wordt herhaald. En zo verder, voor de hele lengte van de pao. Typisch voor een pao is dus dat we ieder couplet twee maal te horen krijgen.

Inhoudelijk zijn het liederen van allerlei aard, doch steeds met een onderwerp van lokaal belang. Pao kunnen zowel grappig als ernstig zijn. Het kunnen op het moment zelf bedachte vaarwelliederen zijn. Dit in tegenstelling tot de waiata (zie hierna), die vooraf gekomponeerd werden. Of het kunnen ook antwoorden zijn op spot en belediging.

Maar pao kunnen ook als louter amusement gecomponeerd en gezongen worden, en bv. roddelen over liefdesaffaires enz.

- de WAIATA:

De Waiata zijn een van de frekwent voorkomende liedvormen van de Maori's. Waiata zijn treurliederen over diverse onderwerpen. Een enkele keer wordt de term ook gebruikt om in het algemeen het begrip 'poezie' of 'lied' aan te duiden, doch daar dit aanleiding tot verwarring zou kunnen geven, zullen wij deze algemene betekenis hier buiten beschouwing laten.

De waiata-liederen worden traditioneel steeds in groep en unisoon uitgevoerd. Bij de aanvang van een waiata wordt door een voorzanger de toon aangegeven. Het ganse lied zal zich rond deze toonhoogte ontwikkelen, met variaties van slechts drie of vier toonhoogten met een kwarttoons- of nog kleiner interval. Deze intervallen zijn afgeleid van de prosodie van de tekst, maar toch meer dan loutere inflexies. De voorzanger zal ook tussen de lang uitgesponnen zinnen van het lied korte solistische passages ten beste geven. Deze worden hiianga genoemd en bestaan meestal uit betekenisloze syllaben, zoals 'iie', 'ii','ia', 'e-e-ii', enz., die de klagende expressie van de waiata versterken.

Het ritme van deze klaagzangen kan vrij ingewikkeld zijn, doch het tempo is constant.

Volgens het onderwerp dat bezongen wordt, onderscheidt men verschillende types waiata. De klaagzangen die de doden bewenen, zijn in de meerderheid. Ruim vier vijfden van alle nu nog bestaande waiata handelen hierover. Deze kategorie wordt de WAIATA TANGI genoemd. 'Tangi' is dan ook het Maori-woord voor 'bewenen'. Ze werden meestal door vrouwen gecomponeerd. Bij de uitvoering ervan, tijdens dodenrituelen, werd van de vrouwen die nauw verwant waren met de overledene, tenandere ook verwacht, dat ze hevige tekenen van wanhoop vertoonden, zoals zich het haar uittrekken of het gezicht kwetsen met puntige voorwerpen, met een mes of met stenen. Sommige waiata tangi waren dus zeer betrokken op de eigen persoon, zoals bijvoorbeeld de openingsverzen van de klaagzang, gecomponeerd door Hera Hawai bij de dood van haar zoon, aantonen: 16

 

"Het verdriet knaagt, knaagt binnenin:

Haast je, zodat ik vlug sterf,

Uit angst dat ik achterblijf, onverschillig,

Verzwakt door de honger en de hitte van de zomer."

 

Doch een waiata- tekst kon bv. ook meer gericht zijn op de krijgskwaliteiten en de oorlogsdaden van de overledene. Dergelijke waiata tangi werden dan eerder gecomponeerd door mannen.

 

Maar de klaagliederen van dit type konden ook bredere thema's bestrijken en bv. de lotgevallen van de etnie opnoemen, of zelfs een waslijst geven van alle rampen die de mensheid in haar totaliteit kunnen overvallen. Dit is bv. het geval in het lied "TAKOTO ANA MAI" van de Waikato-groep.

Vaak worden ook de meest markante eigenschappen van de streek waar een bepaalde etnie woont, opgesomd, zoals het geval is in een van de waiata tangi van de Ngati Porou stam, de "KATI RA, E KORO". Hier wordt allusie gemaakt op de kwaliteiten van hun heilige berg, de Hikurangi.

De overige klaagliederen, die geen waiata tangi zijn, worden of WAIATA AHORE (liefdesliederen), of WAIATA WHAIAAIPO (liederen voor de geliefde) genoemd. Vreemd genoeg handelt het hier wel degelijk nog steeds over treurliederen. Alle mogelijke ongelukkige liefdes en lotgevallen die verliefden te beurt vallen, komen hier aan de orde.

Een goed voorbeeld hiervan is het lied "KA EKE KI WAIRAKA". Het is een waiata aroha gecomponeerd door Rihi Puhiwahine van de Ngati Tuwharetoa-stam voor haar geliefde, Te Mahuta Te Toko, een chef van het Ngati Maniapoto-volk. Daar beide Maori's te dicht verwant waren met elkaar, werden ze verplicht de verhouding te verbreken. Als antwoord op deze gedwongen scheiding, schreef zij de waiata aroha. Het is dus tegelijkertijd een liefdeslied en een treurlied.

Hier volgen dan enkele voorbeelden van teksten van dit type waiata : 17

 

Wat is dat toch dat mij zo hindert in mijn borst?

Het is liefde, oh meisje, ah wat kan de betovering verbreken?

Ah, wat kan de betovering verbreken!!

 

Neem die twee armen van mij,

Een zal ik gebruiken als kussen, de andere zal je omvatten,

De andere zal je omvatten!

 

Zwem, oh meisje, zwem door de hoogste golven,

Dat je deze generatie mocht omhoog lichten,

Ja, deze generatie!

 

Alstublieft kom binnen, oh meisje,

Bid dat je niet bloost

Wees niet bedeesd

Anders zal je ons verraden!

 

Mocht je verontrust worden

Door liefde (voor mij)

Kijk uit over de zee;

En, jou zal ik komen halen

Naar mijn huis

In Waikare

 

 

Maar Waiata worden meestal bij een dodenritueel, na een afscheidstoespraak die de afgestorvene huldigt, gezongen.

Het is tenandere traditioneel gebruikelijk Maori-toespraken sowieso af te sluiten met of een gereciteerd of een gezongen lied. Zoals reeds vermeld zal over het algemeen worden afgesloten met of een Haka, of een Ngeri, of een Waiata

Naast de traditionele waiata worden vandaag de dag nog vele nieuwe klaag- en treurliederen gecomponeerd. Vooral de moderne versie van de waiata ahore is vanzelfsprekend populair. Muzikaal gezien, hebben ze echter nog bitter weinig met de oorspronkelijke vorm van dit genre te maken.

 

 

DE MODERNE, geaccultureerde MAORIMUZIEK:

 

Hoewel hierover momenteel een verhitte discussie op gang is gekomen tussen de Maori's zelf en vooraanstaande etnomusicologen, zoals Mervyn McLean, willen wij hier slechts zeer summier uitweiden over de geaccultureerde Maori-muziekvormen.

De typische kenmerken van de traditionele Maori-muziek zijn verdwenen, de ukelele en de gitaar hebben hun intrede gedaan en heel wat kenmerken van de eenvoudige Amerikaanse amusementsmuziek zijn overgenomen.

Zo werd het unisono zingen vervangen door "close harmony". Het beperkt aantal toonhoogten (graduele opbouw van 2 toonhoogten naar 4 en maximaal 5) maakte plaats voor het westerse diatone, tonale toonsysteem.

Het logogenetisch aspekt van de Maori-muziek is verlaten, evenals het muzikaal rollenpatroon. Waar de Maori-vrouwen traditioneel melodieus zongen, doch met minder toonhoogten dan de mannen en de Maori-mannen zoals hoger beschreven tijdens bv. powhiri, haka, ngeri enz. eerder schreeuwden dan zongen, doch binnen groter toonbereik, is dit aspect volledig uit de Maori-muziek verdwenen.

Nu zingen mannen en vrouwen samen en op quasi identieke wijze. Alleen blijft af en toe een beschaafde kreet behouden, als vage herinnering aan een krijgshaftige zangstijl.

Behoudens de revival-vormen werd verder in de moderne Maori-muziek enkel de handgebarentaal van de aktieliederen behouden.

Bij de Maori's zelf gaat een luide stem op, om deze moderne muziekvorm met al zijn westerse invloeden te zien als de nieuwe, levende, hedendaagse Maori-muziek. Enerzijds willen zij begrijpelijkerwijze niet vastgepind worden op het verleden en de traditie, maar anderzijds ijveren zij heel sterk voor een heropleving van hun eigen traditionele Maori- cultuur en is de revival-beweging krachtig. Het lijkt er echter op, dat de zgn. acculturatie tot op heden hoofdzakelijk eenrichtingsverkeer is geweest. Misschien dat de toekomst een meer evenwichtige mengvorm tot stand kan brengen.

 

 

MAORI-INSTRUMENTEN

 

Oorspronkelijk bezaten de Maori’s noch chordofonen (snaarinstrumenten), noch membranofonen (slaginstrumenten voorzien van een membraan of vel) .

Al hun muziekinstrumenten konden in twee categorieen ondergebracht: aerofonen (hoofdzakelijk blaasinstrumenten, op de snorrebotten en bromhouten na) en idiofonen (slaginstrument, waarvan het eigen lichaam van het instrument de klank produceert; dus bv. slaginstrumenten zonder vel, raspen, enz.).

 

De AEROFONEN vorm(d)en de belangrijkste groep en hier kunnen we weer een onderscheid maken tussen de fluiten enerzijds, de trompetten anderzijds en de niet-aangeblazen aerofonen als derde groep.

 

De klasse van de fluiten:

De KOAUAU :

Van alle Maori-fluiten was de koauau de meest gewaardeerde. Na een hele poos in onbruik te zijn geweest, is haar terugkeer op de hedendaagse Maori-muziekscene een feit. Prof. Dr. Jack Body van de Universiteit van Wellington, die de Maori-muziek revival-beweging niet alleen op de voet volgt, doch ook daadwerkelijk stimuleert, berichtte ons, dat de koauau momenteel het meest gekende Maori-instrument is.

Deze gewone rechte fluit is feitelijk niets meer dan een open buis, meestal uit hout, doch ook wel eens uit been gemaakt. Het instrument, vooral wanneer het uit hout was vervaardigd, werd dikwijls overdadig gesculpteerd. De gebeeldhouwde versieringen moesten immers magische kracht aan de muziek geven. Verschillende symmetrische spiraalmotieven versieren het lichaam van het voor het overige vrij eenvoudige instrument. De instrumenten vervaardigd uit been, hoewel niet of zeer eenvoudig versierd, werden hoger in waarde geschat, omdat het materiaal waaruit ze vervaardigd waren, afkomstig was van een vijand, gedood in de strijd. Het betrof namelijk mensenbeenderen.

De lengte van de koauau varieert tussen de 12 en de15 cm. De diameter van de boring tussen de 1 en de 2 cm. Wanneer het instrument niet werd bespeeld, werd het om de hals gedragen, dank zij een leren riempje dat door een opening bij het uiteinde stak.

De koauau- fluit telt drie vingergaten en werd oorspronkelijk schuin op de rand aangeblazen. Zoals reeds hoger aangegeven, komen op sommige Stille Zuidzee-eilanden bij een aantal culturen aerofonen voor, die met de neus worden aangeblazen en men veronderstelde, dat ook de koauau in oorsprong een neusfluit was. Maar sommige auteurs wijzen er ons op, dat dit op een foutief volksgeloof berust. Andere onderzoekers daarentegen houden het erbij, dat het instrument door echte kenners wel degelijk met de neus werd aangeblazen, hoewel het instrument meestal met de mond werd gespeeld. Musicoloog, William P. Malm, toch een autoriteit op dit onderzoeksgebied, spreekt in het Oceanische gebied slechts over Hawaiaanse neusfluiten. Tot op heden is de neusfluit daar een veel voorkomend en veel bespeeld instrument, dat de inlandse naam ohe hano ihu draagt. 18

Bij de Maori-koauau kan de traditionele speelhouding bij het aanblazen met de mond wel met zekerheid worden achterhaald: het instrument werd eerder diagonaal of zijdelings dan wel recht en vertikaal aangeblazen.

Onderzoek wees uit dat drie tot vier toonladders, gespeeld op de koauau-fluit identiek waren, aan deze gebruikt voor het zingen van de waiata. Hieruit concludeert men dat het instrument hoofdzakelijk als unisoon begeleidingsinstrument bij deze groepsgezangen werd gebruikt. Een hypothese, die door Maori-informanten wordt bevestigd. Maar daarnaast was de koauau tevens het begeleidend instrument voor solo moteatea, de solistische, gezongen poezie.

Hoewel sommige koauau, zoals hoger vermeld, vervaardigd waren uit mensenbeenderen, ontleende deze fluit haar prestige niet zozeer aan haar oorlogskarakter, doch aan haar kracht als verleidingsinstrument. Vrouwen werden namelijk geacht zeer gevoelig te zijn voor de klanken van deze fluit, en voorzichtige echtgenoten waakten er nauwlettend over, dat hun vrouwen niet betoverd zouden raken door een of andere mooie fluitspeler, die door zijn koauau-muziek macht over haar zou krijgen.

Het is dan ook niet te verwonderen, dat een van de mooiste Maori-liefdesgeschiedenissen uitgerekend over een koauau-speler handelt.

Het is het verhaal over de jonge aristokratische Tutanekai en het knappe meisje, Hinemoa, ook al van hoge rang. Tutanekai had de gewoonte iedere avond fluit te spelen. Hij leefde op het eiland Mokoia, temidden van het Rotorua-meer. De klanken van zijn koauau-spel droegen tot op de oevers van het meer, waar de mooie Hinemoa leefde in Owhata. Toen Tutanekai met leden van zijn etnie op een dag zijn eiland verliet en naar de oevers van het meer kwam, ontmoette hij daar Hinemoa en beiden werden op slag verliefd op elkaar. De jongeman was evenwel verplicht terug te keren naar zijn eiland, maar hij beloofde zijn mooie geliefde, iedere avond koauau te spelen, zodat de muziek haar naar het eiland zou lokken, waar zij elkaar in het geheim zouden ontmoeten. Maar Hinemoa was de dochter van de chef van haar etnie en als zodanig reeds beloofd aan een ander in een politiek huwelijk. De familie kreeg echter een voorgevoel van wat te gebeuren stond en verstopte alle prauwen. Doch het meisje liet zich niet ontmoedigen, bevestigde zes grote, vlottende kalebassen rond zich en zwom naar het eiland, dat meer dan een mijl verwijderd was van de oever. Uitgeput strandde ze bij de warmwaterbronnen van Waikimihia. En het is daar, dat de verliefde Tutanekai haar vond. Vervuld van bewondering voor haar uitzonderlijke moed, lieten de Arawa, waartoe zij behoorde, alle bezwaren vallen en stemden uiteindelijk toe met het huwelijk. Zo sterk en onafwendbaar was de betovering van de koauau-fluitmuziek.

De PORUTU :

Deze rechte fluit, komt grosso modo overeen met het hierboven beschreven instrument, doch heeft een grotere lengte dan de koauau. Ze meet 30 tot 40 cm en heeft een diameter van ca. 2 cm. Men twijfelt of het wel een authentiek Maori-instrument is, dan wel een instrument dat de Europese fluit imiteerde. Het was gemaakt uit een rechte tak van de porokaiwhiria (Hedycarya aborea).

De NGURU :

De nguru is een een klein, krom fluitje, dat oorspronkelijk gemaakt was uit walvistand, maar ook voorkomt vervaardigd uit hout, klei of steen. De instrumenten zijn bijzonder mooi geskulpteerd en meestal met diverse spiraalmotieven versierd.

Over de afmetingen van de nguru bestaan meningsverschillen. De ene auteur houdt het erbij dat een 'groot' exemplaar minder dan 8 cm meet, een andere spreekt dan weer van afmetingen tussen de 8 en de 10 cm.

In het gekromd lichaam van de nguru bevindt zich bovenaan een blaasopening, gelijkaardig aan die van de koauau-fluit en op het gekromde, spitse uiteinde zit een heel kleine opening. Verder heeft het instrument twee tot vier vingergaten. Meestal twee dicht bij de bovenzijde en een of twee, meer naar de onderkant toe.

De nguru wordt op identieke wijze als de koauau-fluit aangeblazen en het instrument wordt eveneens in niet gespeelde toestand, rond hals gedragen. Het heeft tenandere ook ongeveer dezelfde toonhoogtes als de koauau. De oudste verslagen over het instrumentje vermelden evenwel dat het een schrille klank voortbrengt.

Mogelijks werd het ook als signaalinstrument gebruikt, doch in eerste instantie was de hoofdfunktie deze van een fluit; in feite een variant van de koauau. De opvatting als zou het oorspronkelijk een neusfluitje zijn geweest, is foutief.

De WHIO :

De whio is een benen fluit met een lengte van 15 cm en een gemiddelde diameter van 1,5 cm. In tegenstelling tot de benen koauau, is de whio vervaardigd uit een been van de vleugel van een albatros (Diomedea). Het instrument heeft vier vingergaten en bij het uiteinde een vijfde gat, waarmee het instrument kon opgehangen worden. Ook deze fluit had een verleidingsfunktie: de whio werd nl. bespeeld door mannen die de aandacht wilden trekken van vrouwen naar wie ze verlangden.

 

De klasse van de TROMPETTEN, of PU

 

De PUTARA :

De Maori-schelptrompet werd of putara, of puutaatara of ook nog puu moana genoemd.

Dit instrument werd gemaakt uit een triton-schelp, met afgezaagde schelptop, waarop een lang, houten mondstuk werd bevestigd. Deze gesculpteerde embouchure kon tot 15 cm lengte hebben. Soms werden dergelijke putara voorzien van een draagkoord versierd met hondenhuid of pluimen. Ze zouden het bezit zijn geweest van de dorpsleider, die de schelp meenam tijdens expedities buiten het dorp en deze putara blies bij dreigend gevaar, tijdens de strijd, of om zich aan te melden in een ander dorp.

De schelptrompet had ook als funktie een marai-vergadering samen te roepen, of kon ook nog gebruikt worden door familiehoofden bij de geboorte van hun eerste zoon. De putara zou bijgevolg oorspronkelijk enkel als signaalinstrument zijn gebruikt. Dit lijkt vrij aannemelijk, daar het instrument slechts een enkele toonhoogte produceert.

Vandaag de dag, door de kunstmatige revival van het gebruik van Maori-instrumenten, wordt de schelptrompet ook als muziekinstrument benut.

De PUUKAAEA en de PUUTOORINO :

Dit zijn houten trompetten in twee verschillende afmetingen:

De grootste van beiden, de puukaaea of houten oorlogstrompet zou traditioneel een haast onwaarschijnlijke lengte hebben gehad, varierend tussen 1m en 2,5m. Net zoals de tot op heden bewaarde exemplaren, waren ze vervaardigd uit twee halve geskulpteerde en samengebonden lengtes hout. Het hout was afkomstig van de mataii-boom. (Dit komt qua bouwwijze merkwaardig goed overeen met de zinken uit de westerse renaissance muziek, die ook uit twee uitgeholde houten helften bestonden, samengehouden met leder.)

Aan een zijde van de puukaaea is een houten mondstuk gesculpteerd en de andere zijde loopt uit tot een diameter varierend tussen de 8 en de 12 cm. (Ook zinken hadden ook een houten mondstuk zoals de Maori-puukaaea en een conische boring.)

Binnenin de oorlogstrompetten zijn houten pennen of tohe gebeiteld, die de amandelklieren en de huig van de krijger symboliseren. Zo werd het instrument haast letterlijk een verlengstuk van het lichaam van de torenwachter, die bij gevaar slechts een enkele krachtige noot schalde op deze oorlogstrompet. Men beweert dat de puukaaea ook als megafoon werd gebruikt en wel om er verwensingen mee naar het hoofd van de vijand te slingeren.

Een prachtig exemplaar van een puukaaea (pu kaea) wordt bewaard in het Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. In de tentoonstellingscatalogus van 1982 19 wordt het instrument betiteld als een Maori-blaashoorn. De funktie van ook deze puukaaea-blaashoorn bestond erin de Maori-krijgers tot de strijd op te roepen.

Dit zich in Belgie bevindende exemplaar is afkomstig uit de streek van Hokianga op het Noordeiland. Dit instrument meet 52,9 cm, en heeft diameters van 6,9 cm bij de klankbeker en 1,9 cm bij het mondstuk. Er zouden slechts twee puukaaea-blaashoorns van zo'n lengte bestaan. Het tweede exemplaar werd (nog steeds volgens de catalogus , op. cit.) aan Lord Cambridge overhandigd, na een van de reizen van Captain James Cook.

Ook het zich in Tervuren bevindende instrument is uit hout vervaardigd (nl. uit hout van de totara, podocarpus) en bestaat uit twee helften, die met behulp van stenen werktuigen in de lengte werden uitgehold. Vervolgens werden beide delen hout samengebonden met smalle repen luchtwortels (repen uit de aka kiekie van de Freycinetia banksii), die het volledige instrument, op het mondstuk en de klankbeker na omwinden.

De klankbeker heeft de vorm van een monsterkop met opengesperde muil. Bij de keelholte zijn bovenaan zes en onderaan vijf tanden uitgezaagd, die op die manier een boven- en onderkaak suggereren. De kop van het monster is aan de buitenzijde volledig versierd met de typische dubbele spiraalmotieven. Over de inspiratiebron van deze dubbele spiraalmotieven bestaan verschillende hypothesen. Hier vermelden F. en P. De Deckker, dat ze zouden geinspireerd zijn op de sporen van de moeras-hen, de pukeko (Porphyrio melanotus). A. Hamilton wijst erop 20 dat Edward Tregear de dubbele spiralen als symbool van winiwini, de god van de spinnen 21. Ons werd in Nieuw-Zeeland meegedeeld, dat deze spiraalmotieven afgeleid zijn van het nog opgekrulde jonge varenblad van de zwarte varenboom, de Mamaku (Cyathea Medullaris) diezelfde vormkarakteristiek heeft. (Deze Mamaku-bladvorm wordt tenandere ook aangeduid als aan de basis liggend, van het hedendaagse logo van de luchtvaartmaatschappij Air New Zealand).

PUUTOORINO (PUTORINO):

Net zoals de puukaaea bestaat de puutoorino uit twee lengten hout, die uitgehold werden en vervolgens opnieuw tegen elkaar bevestigd. Afhankelijk van het exemplaar worden kleinere of grotere delen van het instrument omwikkeld met repen luchtwortel, of koord, zoals bij de puukaaea.

De puutoorino is tussen de 30 en 60 cmlang, heeft een dikker middendeel met een forse opening als klankgat in en twee verjongende uiteinden. Een einde is geskulpteerd tot mondstuk, het andere, smalste uiteinde is ternauwernood open gelaten.

De beste exemplaren zijn sterk gepolierd en ingewikkeld gesculpteerd. Rond het centrale klankgat, dat soms een acht-vorm aanneemt, is vaak een gezicht gebeeldhouwd. Het klankgat zelf is dan de opengesperde mond. Ook de uiteinden kunnen sterk versierd zijn, doch dit is niet altijd het geval. Bij uitzonderlijk mooie exemplaren zien we ook bij de blaasopening een geskulpteerde kop van iets kleinere afmetingen dan de figuur rond het klankgat. De sculptuur bovenaan kan ofwel van het type van de manaia- (mens/vogel)-beeldhouwwerken zijn, of daarentegen een tiki-(mens/geest)-voorstelling. Vaak hebben zij tegelijk een embryo-achtige en toch wreedaardige expressie.

Het instrument kan bespeeld worden als trompet, hoewel het in wezen slechts een toonhoogte produceert. De speler plaatst evenwel de hand op de opening in het midden van het instrument en soms ook op de opening bij het uiteinde en kan zo de toon varieren door de klankgaten minder of meer af te dekken. De puutoorino wordt gezegd schrille, krassende en hese geluiden te produceren.

De kleinere exemplaren kunnen ook als fluit worden bespeeld, evenwel met een beperkt toonbereik. Het gebruik van de kleinere puutoorino als fluit is waarschijnlijk van recentere datum, dan het gebruik als trompet. Soms spreekt men van een bugel-fluit, teneinde de beide speelwijzen in de naam van het instrument op te nemen.

Het instrument werd gebruikt om de komst van de chef aan te kondigen, maar ook als begeleidingsinstrument bij de waiata (zie hoger).

De TEETERE :

De teetere is het eenvoudigste instrument van deze kategorie. Het is een soort hoorntje, gemaakt uit een trechtervormig opgerold half blad van de lokale vlasplant. Naar alle waarschijnlijkheid was het in eerste instantie kinderspeelgoed.

Maar de teetere werd ook gebruikt als megafoon en deed dan dienst als 'trompet van goed fortuin', in die zin dat men erop blies, wanneer men een dorp naderde, om zo zijn komst in het dorp te melden.

 

 

De klasse van de niet-aangeblazen aerofonen:

 

De PUUROROHUU

Dit instrument is een snorhout. Snorhouten, of beter bekend onder hun Engelse benaming 'bullroarers' komen in vele kulturen voor. Ze bestaan uit een platte houten lat, vaak met afgeronde hoeken of in visvorm, die aan een touw wordt bevestigd en vervolgens in het rond gedraaid. Het stuk hout begint aldus rond zijn eigen as te draaien en de twee draaiende bewegingen samen zorgen voor het produceren van een zoevend, brommend geluid. Daar het ontstaan van deze klanken niet zo eenvoudig te verklaren is, wordt het geluid van een snorhout of snorrebot wel eens toegeschreven aan de stem van een geest of voorouder die doorheen het instrument tot de levenden spreekt.

De Maori puurorohuu is een houten lat met afgeronde punten en een lengte tussen de 30 en de 45 cm. Het gebruikte touw is op Nieuw-Zeeland ca. 1m20 lang en op het uiteinde voorzien van een houten handvat van ca.90 cm lengte.

Deze puurorohuu werd bij de Maori ceremonieel gebruikt om regen op te roepen.

De KOOROROHUU

Maori-kinderen speelden met de koororohuu. Het is een bromhoutje vervaardigd uit hout of gedroogde pompoenschilreep. Doorheen twee centrale gaatjes liep een lusvormig koord, dat alternerend opgewikkeld en afgerold werd. De speelwijze van de koororohuu kan best vergeleken worden met deze van de bij ons beter gekende jojo, met dat verschil dat het touw van het bromhout met twee handen wordt vastgehouden. Het principe van deze Nieuwzeelandse koororohuu was vroeger tenandere ook in onze kultuur bekend. Menig overgrootmoeder en -vader zal zijn lokale bromhoutje wel hebben gemaakt met behulp van een eenvoudige knoop.

 

 

 

De Maori-IDIOFONEN:

De PAHUU

De pahuu was wellicht het meest spectaculaire instrument bij de Maori's. In tegenstelling tot gelijknamige instrumenten op andere Polynesische eilanden, pahu op Tahiti en pa'u op de Cook-eilanden, was de Nieuwzeelandse pahuu geen trommel, overtrokken met haaienvel. De Maori-pahuu was een houten, resonerende plank, soms van reusachtige afmetingen, die met de tijd evenwel in onbruik is geraakt.

Deze instrumenten hadden een lengte, varierend van 1 tot 9 meter. Meestal waren het gewone, vlakke planken van goed resonerend hout, doch soms waren ze lichtjes uitgehold of vertoonden ze een groef in het midden en bij een aantal exemplaren was er zelfs een ovaal of elipsvormig gat in het centrum aangebracht. Er is slechts een enkel exemplaar gekend, dat werd vervaardigd in 1899, dat gelijkenissen vertoont met de Polynesische spleettrommels en dus uitgehold was. De pahuu werden aangeslagen met een grote houten klopper. Soms werd het instrument tussen twee bomen opgehangen en dit met behulp van touwen, bevestigd rond de beide uiteinden. Maar de meeste pahuu werden met behulp van een hennepkoord vele meters hoog en horizontaal boven het platform van de uitkijktoren van de houten dorpsomwalling opgehangen. Het instrument heet pahuu en de Maori-benaming voor het versterkt dorp is de paa.

De pahuu had bijgevolg op de eerste plaats een signaalfunktie, doch sommige bronnen vermelden, dat het instrument ook als gevechtsattribuut werd meegedragen. In zijn hoedanigheid van signaalinstrument kon men er alarm op slaan en oproepen tot de strijd. Iedere slag op de plank ging dan gepaard met een alarmkreet, aldus de van 1846 daterende beschrijving van de pahuu door de Australische kunstenaar, George French Angas 22.

Ofwel kon juist omgekeerd, de pahuu ‘s nachts aangeslagen worden, teneinde de dorpsbewoners gerust te stellen, dat er gewaakt werd, dat alles veilig leek en dat de wacht niet was ingeslapen. Maar ook de potentieel in aantocht zijnde vijand kon deze slagen horen en wist zo dat het dorp bewaakt werd. Ook de houten fluittrompet werd om diezelfde redenen in sommige dorpen aangeblazen, of op andere plaatsen werden speciale uitkijkpostliederen gezongen.

Zoals reeds hoger vermeld, beweert men, dat in gunstige omstandigheden de beste exemplaren pahuu bij de Maori's tot 20 km ver hoorbaar waren.

Muziekinstrumenten met een soortgelijke funktie waren ook bij ons te vinden: denken we maar aan de middeleeuwse belforten met strijdklok en trompetspelende torenwachters.

Op Nieuw-Zeeland kenden sommige in het woud levende Maori-gemeenschappen, zoals de Tuhoe, een enigszins andere pahuu, of oorlogsgong. Het betrof hier eveneens een lange houten plank, doch met het uitzicht van een reusachtige tong. Deze tongvormige pahuu werd uit de stam van een holle boom gesneden. De rijkelijk gesculpteerde plank kon bovenaan al dan niet aan de boom blijven vastzitten. Werd de plank niet losgekapt, dan deed de holle boomstam dienst als klankresonator. Zo had het instrument een puntig naar onder gericht uiteinde en -indien losgemaakt van de boom- een rechte bovenzijde. De erop voorgestelde figuren tonen ons bv. een klein, naakt meisje, dat wordt vastgehouden door de hand van een eveneens naakte man, wiens hoofd ontbreekt.

De PAAKURU:

Ook de paakuru, wordt in zijn oorspronkelijke gedaante niet meer gebruikt. Het was een soort mondharp, waarvan de klanken konden gevarieerd worden door de resonanties van de mondholte te veranderen, terwijl men tegelijkertijd ook nog een speciaal lied, de rangi paakuru, zong.

In zijn traditionele vorm bestond de paakuru eenvoudigweg uit een smalle houten lat van 40 tot 50 cm lang , 2 tot 5 cm breed en 1 cm dik, met een vlakke en een convexe zijde. Men hield een uiteinde van deze houten lat tussen de tanden, de vlakke zijde naar onder gericht en liet het andere uiteinde vibreren door erop te slaan met een 15 cm lang houten stokje.

De houten paakuru kent nu een revival als walvisbeen-paakuru.

De ROORIA:

De rooria is te vergelijken met de paakuru, wat de vorm betreft, doch was kleiner. Het instrumentje was slechts 7 tot 10 cm lang en werd met de hand i.p.v. met een houten stokje bespeeld. Ook hier bepaalde de mondholteresonantie de klank van het instrument en dit terwijl de speler gutturale geluiden produceerde.

Vroeger werd de rooria gebruikt door Maori-verliefden als semi-verbaal communicatie-middel . Het verliefde paartje ging dicht bij elkaar zitten en voerde met behulp van hun respektievelijke rooria een intiem gesprek. Nu is het instrument evenwel verdrongen door de, uit het westen geimporteerde metalen mondharp, die op Nieuw-Zeeland nog steeds rooria wordt genoemd.

De TOKERE:

Dit zijn walvisbeenderen die als slagstokken worden gebruikt. Volgens sommige bronnen zouden deze tokere oorspronkelijk eveneens uit hout zijn gemaakt en niet alleen als slagstokken, doch ook als castagnettes zijn gebruikt. In dit laatste geval zou men dus een paar tokere in iedere hand hebben gehouden.

De Maori-slaginstrumenten beperken zich voor zover bekend zoals gezegd tot idiofonen. De Maori zouden geen gebruik hebben gemaakt van met vel overspannen trommels, die toch wijd verspreid zijn op de andere Polynesische eilanden.

Sommige auteurs, zoals Hans Fisher 23, wijzen op de mogelijkheid, dat de benaming pahuu op zich een aanduiding zou kunnen zijn voor het feit, dat er vroeger wellicht toch membranofonen op Nieuw-Zeeland moeten zijn voorgekomen, doch zekerheid hieromtrent kan niet gegeven worden

 

ACCULTURATIE: CHORDOFONEN

Zoals ook reeds hoger aangegeven, bezaten de Maori’s oorspronkelijk ook geen snaarinstrumenten. Maar heden wordt het traditioneel Maori-instrumentarium uitgebreid met instrumenten van westerse oorsprong: de UKELELE en de klassieke GITAAR.

 

 

Besluit:

 

De Maori-muziek heeft, zoals muziek in iedere etnische cultuur, op relatief korte tijd zeer ingrijpende veranderingen ondergaan. Westerse etnomusicologen zijn vlug geneigd deze evolutie eenzijdig negatief te duiden. In heel wat gevallen kunnen wij ons bij dit standpunt aansluiten. De westerse, vercommercialiseerde muziek heeft immers maar al te vaak een standaardisatie en verarming van de lokale muziekcultuur met zich meegebracht. Via de massamedia worden etnische samenlevingen immers onophoudelijk bestookt met het meest simpele en triviale van wat onze muziekcultuur te bieden heeft. Zoals reeds hoger aangehaald, komt wat wij acculturatie noemen, dan ook meestal neer op louter eenrichtingsverkeer. De rijkdom van de traditionele muziekcultuur moet plaats maken voor een -volgens onze westerse, intellectuele normen- algehele vervlakking.

Doch wanneer we hier, in het geval van de Maori's, oor hebben voor hun zienswijze, dan kunnen we niet anders dan met een open vraag afsluiten.

Vooreerst kunnen we niet negeren dat de Maori-muziekcultuur alles behalve op sterven na dood is, zoals de meer dan 28.000 internetsites met Maori-muziek tot onderwerp, aantonen.

En verder sluiten we graag af met de bedenkingen van de in deze materie gespecialiseerde etnomusicoloog, Prof. Dr. Jack Body van de Victoria University of Wellington, die ons naar aanleiding van dit artikel het volgende berichtte:

In fact their are no really authentic (meaning ancient, traditional) CD recordings available. The best collection is the old Folkways LP recording. But I also have to point out that Maori regard kapa haka ("concert party") performances as distinctly Maori Music - guitar and all. It is a living tradition, acculturated though it may be. But it should not be denigrated, since it is an authentic cultural expression of today - a living Maori music. Traditional waiata are still heard - and composed - but the "music" is inseparable from the poetry - the poetry comes first and is regarded as "the composition". The (white) expert on Maori music, Mervin McLean, recently published his book based on his life's research 24. As important as it is it was rounded condemned by most Maori, partly for its academic approach, and partly for its dismissal of contemporary musical expressions.... It is all a very sensitive issue, but one does sympathise with them when they see their music being reduced to a "museum culture" - after all, contemporary Western composers are equally incensed by the "Classical Music" industry!!!!

 

 

Moniek DARGE,

Juni 1998

 

  • 1 http://www.culture.co.nz.mauri/expressi.htm
  • 2 ROUT 1926, 282

    3 NOEL 1978, 118

    4 IHIMAERA 1975, 20

    5 HAMILTON 1901, 1977, 11: "The large kauris of the North Island enabled canoes of great size to be made. It is on record that remains of a single canoe could be seen at Hauraki in 1855 which measured 110 feet in length."

    6 TE RANGI HIROA (BUCK P.)1949, 1950, 19-21. De moa was een grote niet-vliegende inheemse vogel.

    7 DE DECKKER 1982, 72 - 73

    8 POIGNANT 1967, 29

    9 IHIMAERA 1975, 13

    10 Barry MITCALFE, 1974 Maori Poetry, Wellington, N.Z. vrij vertaald naar LEWIS 1983, 98. De zeehond staat hier symbool voor de vijand.

    11 LEWIS 1983, 37-38

    12 http://www.culture.co.nz/mauri/ceremony.htm

    13 McLEAN 1972

    14 afbeelding: POIGNANT 1967, 59

    15 POWNALL 1972, 55

    16 S.M.MEAD 1969, "Imagery, Symbolism and Social Values in Maori Chants." In: Journal of Polynesian Society, Wellington, N.Z. vrij vertaald naar LEWIS 1983, 101

    17 KAA en MEAD 1961, 42

    18 MALM 1967, 10-16

    19 De Deckker Paul en Francine, Ta'aroa, De polynesische wereld, blz. 69 afb.32

    20 HAMILTON 1901, 1977, 11, voetnoot 3

    21 TREGEAR 1926, 1973, 119 en 478

    22 LEWIS 1983, 96

    23 FISHER 1958, 34-35

    24 MCLEAN, Mervyn 1996 Maori Music. Auckland: Auckland University Press http://homepages.ihug.co.nz/~mervmcl/mmusic/


    BIBLIOGRAFIE:


    Beknopte Discografie van Traditionele en Moderne Maori-Muziek:


    Back to Moniek Darge's index page